Verhaal #521 • Afgesproken thema: Ezels

Niet voor het eerst

Willem zag het meisje niet voor het eerst en ook niet voor het eerst in de tram. Ze tekende patronen van kringeltjes op de voorkant van haar notitieboekje, terwijl de tram voortkabbelde.

Hij probeerde ergens haar naam te bespeuren, al schatte hij haar wel oud genoeg om niet meer overal je naam op te zetten. Hij nam alvast een paar foto’s. De tram minderde vaart en hij hield goed in de gaten of ze bleef zitten. Natuurlijk, hij kende haar halte, maar niet haar agenda. Meer dan eens had hij zich voorgesteld hoe het zou zijn als haar halte ook zijn halte was. Soms stapte hij dan ook uit en volgde hij haar op gepaste afstand. Een enkele keer eerst naar de supermarkt, maar meestal gingen ze direct naar huis. Dan nam hij plaats op het bankje ertegenover, en sloot hij zijn ogen.

Willem was niet voor het eerst blond en droeg tegenwoordig vaak een pet. Hij wist dat hij niet voor het eerst goed moest oppassen, sinds hij niet meer mocht oppassen op het kindje van zijn zus. De tram verminderde niet voor het eerst zijn snelheid en hij hield haar nog strakker in de gaten. Hij stond op om een stuk dichterbij haar te gaan zitten. Toen voelde hij een hand op zijn schouder. Hij draaide zich op zo’n manier om dat mensen lacherig maar geschrokken zouden kunnen vragen of hij soms een slecht geweten had. Er was niks aan de hand, iemand attendeerde hem er alleen maar op dat zijn ov-chipkaart uit zijn zak was gevallen. Even was hij bang haar kwijt te zijn, maar ze zat nog steeds nietsvermoedend op haar boekje te krabbelen. Nog maar een paar haltes.

De tram zou zo eerst nog bij de dierentuin komen, een moment waarop Willem nogal eens afgeleid werd. Gillende kindermenigtes, jongetjes die hun ouders kwijt waren – er waren zoveel factoren die zijn aandacht konden trekken. Maar hij ging die fout niet weer maken en bleef geconcentreerd kijken naar het kladderende meisje. Maar toen stapte ze ineens uit. Hij was niet voor het eerst eventjes de weg kwijt, herpakte zich, zette zijn pet strak en snelde de tram uit.

Bij de ingang van het dierenpark twijfelde hij even. Was zij 17,50 waard? Toch kocht hij een kaartje. Hij volgde haar. Discreet, zonder dat iemand het door zou hebben. Terwijl ze naar de pinguïns keek, keek hij naar haar. En als ze naar de leeuwen ging, ging hij mee. Hij zocht het juiste moment, het kon niet meer fout gaan. Hij nam de tijd.
Maar in het restaurant verloor hij haar uit het oog. De blinde paniek sloeg niet voor het eerst toe bij Willem, die als een kip zonder kop door de hal ijsbeerde. Hij keek op de toiletten, terwijl hij deed alsof hij zijn dochter zocht. Ze was er niet. Hij rende naar buiten, zoekend om zich heen. Hij negeerde de mensen die hem vroegen of ze konden helpen. Hij liep het park rond met versnelde pas en hoewel hij baalde, was dit eigenlijk het spannendste moment.
Even dacht Willem eraan om haar om te laten roepen, maar hij wist haar naam niet eens. Hij vroeg toen maar aan voorbijgangers of ze een meisje met een geel jasje en een notitieboekje hadden gezien. Een man had haar gezien bij de ingang van het aquarium, zijn vrouw bevestigde dat ze naar de haaien was gegaan. Maar toen hij daar aankwam, was ze nergens te bekennen. Toen hij niet voor het eerst langs de ezels kwam, gaf hij het op. Morgen was er weer een dag.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard