Verhaal #512 • Afgesproken thema: HVA schrijfwedstrijd: Oranje

Hollands glorie

In de jaren voordat zij haar knusse woning in de Iepenrodelaan voor een kamer in het Brentano verzorgingstehuis moest omruilen, kwam ik elke zondag op bezoek.

Door Priscilla Teunissen

Dan zag ik haar zitten in haar gebloemde ochtendjas met haar zilvergrijze haren opgestoken in een rommelige knot, terwijl zij mij kort van top tot teen bekeek, om dan tot de conclusie te komen dat het goed was. Haar geheugen had haar in de steek gelaten en de dokter had gezegd dat zij niet meer voor zichzelf kon zorgen. Dus kreeg zij een kamer in het Brentano te Amstelveen.

Sinds zij daar woonde, begonnen mijn zondagochtenden altijd hetzelfde. Ik bakte verse croissants, perste jus d’orange en vulde een rieten mand met oude kaas, jam en appels. Dan trok ik mijn zondagse kleding aan en stapte met mand en al op de fiets. Om precies elf uur kwam ik aan bij mijn vaste bloemist op de hoek van het winkelcentrum. De vriendelijke man was elke zondag geopend en verkocht de mooiste boeketten. Maar ik, ik hield het altijd simpel.
‘Het gebruikelijke, mevrouw Maart?’, vroeg hij vriendelijk als ik de winkel binnenstapte. Het was een vrolijke man met asblond haar en van die bloemistenhanden: zwart van de aarde.
‘Ja, graag. En zou er ditmaal een blauwe strik omheen kunnen?’, vroeg ik, terwijl ik met mijn vingers over de gekleurde linten gleed.
Hij verzamelde de bloemen, sneed de onderkanten af en bond ze samen tot een vol boeket, dat hij uiteindelijk afmaakte met een blauwe strik. Uiteindelijk overhandigde hij mij altijd een prachtige bos oranje tulpen. Haar lievelingsbloemen.

Ze zat altijd in haar favoriete stoel, recht voor het raam. Daar keek ze graag naar buiten. Ze vond het prachtig als er kinderen langs fietsten en vrolijk naar haar zwaaiden. Als ik binnen kwam met haar vaste verzorger, keek ze mij altijd even wantrouwend aan. Maar dan zei ik: ‘Dag mam, hoe voel je je vandaag?’ en leek haar blik op te klaren. Ik gaf haar altijd een kus op haar rechterwang en daarna overhandigde ik het boeket. Ze rook er aan en glimlachte breeduit.
‘Ah, oranje tulpen. Dat zijn mijn favoriete bloemen’, zei ze dan altijd. Ik zette het boeket in een vaas in het midden van de eettafel. Daaromheen zette ik onze borden en pakte ik mijn mand uit. Dan praatte we over haar jeugd. Over hoe zij mijn vader had leren kennen en hoe zij elke week een boeket genaamd ‘Hollands glorie’ met oranje tulpen kocht voor in de woonkamer.

Ineens leek het slecht te gaan met haar. Haar glimlach was niet meer hetzelfde en het boeket met oranje tulpen maakte haar minder vrolijk.
‘Ze zal niet lang meer bij ons zijn’, zei haar verzorger op een dag tegen mij. En dat deed mij beseffen dat die zondag in mei anders moest zijn. Ik bakte de croissants, perste de jus d’orange en vulde de mand. Ik trok mijn zondagse kleding aan en stapte op mijn fiets. Maar ik haalde geen boeket met oranje tulpen.

Ik duwde haar in haar rolstoel langs de gekleurde velden. Ik zag hoe ze haar neus in de lucht stak en alle geuren opsnoof. Na een flinke wandeling door de Keukenhof, bleven wij uiteindelijk voor één specifiek veld staan. Ik hurkte naast haar.
‘Mooi, hé mam?’
‘Prachtig. Oranje tulpen. Dat zijn mijn favoriete bloemen’
Ik glimlachte en pakte haar hand. Samen keken wij hoe de zon langzaam in een oranje zee zakte. Hoe de oranje tulpen de gloed van de zon weerkaatste op hun bloembladeren. Ik keek haar aan, stond op en kuste zacht haar wang.
‘Dank je, kind’, fluisterde ze, ‘Dit is pas een veld aan Hollands Glorie’.


Het juryrapport

Het Schrijversgenootschap zegt het volgende over Hollands glorie van Priscilla Teunissen:

Goed verhaal, want: Je hebt een sterke rode draad in een verhaal dat raakt. Het is lief, en de herkenbaarheid van een oudere die verder achteruit gaat laat je je eigen grootouders bellen.
Verbeterpunt: Het begin is wat rommelig en de dialoog is wat formeel, bijvoorbeeld: ‘Dat zijn mijn favoriete bloemen’. Probeer je rode draad nog iets subtieler te verwerken: de lezer wil zelf ontdekken dat iets ‘altijd’ zo is.
Mooiste zin: “Maar dan zei ik: ‘Dag mam, hoe voel je je vandaag?’ en leek haar blik op te klaren.” en “Samen keken wij hoe de zon langzaam in een oranje zee zakte.”


Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard