HVA schrijfwedstrijd: Oranje

Het afscheid van Roy F.C.

Op mijn laatste luie zomeravond midden augustus, sloofde een merel zich uit ergens hoog op een tak, en daarna nóg hoger op de schoorsteen van het huis op de hoek.
Ik zag hem zitten en verwenste zijn roep om aandacht.

Door Tim Jasper

De lucht kleurde twijfelend oranje tegen de ondergaande zon. Ik keek uit over de laan vernoemd naar een Amerikaanse president. Af en toe stoof een cabriolet of een totaal overbodige jeep voorbij volgepropt met mens verliefd op het leven. Slingerend verdwenen de achterlichten over de brug richting het zuiden.
Voor hén leek de tijd niet te bestaan. Voor mij was de tijd het énige wat er bestond.
Sluw als Reinaert, had deze mij beslopen. Al acht keer.
Ik voelde me oud en versleten.

De lantaarnpalen sprongen aan. Na een tijdje schenen ze steeds feller, behalve die ene scheve, die bleef maar gebrekkig oranje knipperen.
Mijn gedachten werden onderschept door een allemansvriend met een pluimstaart als die van een notenraper. Ik vroeg hem wat er scheelde, maar zijn antwoord klonk als ordinair braken en bleef mij onduidelijk. Ik kon mijn blik maar moeilijk afwenden van dit achterlijke schepsel wiens uitwerpselen met een plastic zakje opgeraapt werden.
In de lange schaduw van mijn leven voelde ik mij nog steeds superieur.
Een gaap en een strek.
Ik voelde me oud en versleten. Het was bijna afgelopen, dat wist ik zeker.

Ik staarde naar de platte wereld in de beeldbuis – herhalingen van het net-niet oranje. Ik kreeg een onwaarschijnlijke drang om het balletje te pakken, maar gelukkig wist ik mij in te houden.
Ik strompelde naar de gang en hield traditioneel stil bij de langwerpige loerlijst aan de muur. Trouw als altijd, imiteerde het terug starende stuk chagrijn al mijn bewegingen. Hij had van dat piekerige, wel-of-niet ginger kleurige haar. De kale plekken waren goed te zien. Van het krabben zaten er bloederige korsten op zijn huid. Ik walgde van hem, maar onder zijn schurftige voorkomen schuilde ook de zelfverzekerdheid van een ware Casanova. Maar…
Oud en versleten. Het was ook zijn laatste avond vreesde ik.

Iets trok mij naar de voordeur.
Ik likte mijn lippen…
Ik bleef maar likken…
Dwangmatig likken…
Ik wist het zeker. Mijn instinct liet mij nooit in de steek. De deur ging open. Daar was ze!
Het lieve mens had een haakneus die begon te druipen als ze bij mij in de buurt was.
Ze kreeg geen lucht en begon wild te niezen.
Na een kopje van mij, een aai van haar én een kommetje melk, was het goed.
Via het balkon verdween ik naar de tuin.
Ik zou niet weder keren, dat wist ik zeker.
Ik keek nog eenmaal om.

Vaarwel! Ik ben Roy.
Felis catus is mijn soort.


Het juryrapport

Het Schrijversgenootschap zegt het volgende over Het afscheid van Roy F.C. van Tim Jasper:

Goed verhaal, want: De gedachten van de protagonist zijn op een indrukwekkende wijze neergezet, waardoor je met interesse blijft lezen. Prettig en creatief taalgebruik. Ook mooi: het hele verhaal kan gelezen worden als één grote metafoor.
Verbeterpunt: Zonder de laatste zin wordt het nog mooier. Let er verder op dat je alleen dat omschrijft wat ook echt een functie heeft in het verhaal. Anders kom je als lezer in een moeras terecht.
Mooiste zin: “In de lange schaduw van mijn leven voelde ik mij nog steeds superieur.”
Standaard