Vreemdgaan

Hoe is het met de wijfe

Van harte broertje!’
Stevens stem klinkt krakerig en verdraaid door de telefoon, maar nog heel acceptabel voor een verbinding met Qatar. ‘Het is hem’, gebaar ik naar mijn vrouw en de visite in de kamer. De laatste gezichten schuiven nu ook mijn kant op en het wordt muisstil.

‘Dankjewel Steven. Hoor je me?’
‘Ik hoor je Marius, ik hoor je.’
‘Zeg dat hij de groeten krijgt van Donnie’, zegt Donnie gedempt in m’n oor. Hij zweet een beetje.
‘Donnie krijgt de groeten terug,’ hoor ik vanuit Qatar, ‘maar vertel eens, hoe gaat het met je jongen? Krijgen de jaren je een beetje te pakken?’
‘Het gaat goed. Heb zopas opslag gekregen en ik mag wellicht het De Vries-account overnemen van Jaapsen als hij volgend jaar met pensioen gaat, dus er zit wel schot in de zaak daar. De kids-’
‘En de kids?’
‘De kids-’
‘Oh sorry, ga verder.’
‘De kids gaan-’
‘Ja?’
‘-ook goed, Jasper is net als de anderen ook naar de havo en Marjet speelt in de schoolband.’
Donnie kruipt weer in m’n rug en fluistert twee keer ‘gaat het goed met hem?’ in m’n oor. Ik negeer het en probeer tussen het gekraak door de stem van Steven te onderscheiden.
‘Blokfluit toch?’
‘Dwarsfluit.’
‘Natuurlijk.’
‘En met jou Steef?’
Donnie heeft een vijfde biertje gevonden en opent ‘m aan onze nieuwe Ikea-tafel. Ik kijk ‘m kwaad aan, hij kijkt woedend terug.
‘Och, gewoon, z’n gangetje. ’t Is hier warm he? We zijn er maar druk mee verder. Zo’n toren bouwt zichzelf niet. En die sjeiks willen allemaal omgekocht worden. Veel snoepreisjes. Je kent het wel.’
‘Ja.’
‘Het gaat goed met hem’ gebaar ik naar de ongeduldige groep. Donnie kan z’n woede niet meer bedwingen. Hij grist de telefoon uit m’n handen en roept keihard in de microfoon: ‘HOE IS HET MET DE WIJFE, STEEF? BEN JE LEKKER GESLUIERDE VROUWEN AAN HET NAAIEN?’
Door Donnie in z’n zij te stompen kan ik de telefoon weer terugkrijgen en hoor ik Stevens krakerige lach.
‘Sorry Steven.’
Steven grinnikt.
‘Geeft toch niks jochie, ik weet hoe Donnie is. Zeg ‘m maar dat ik niks te kort kom. Ze zijn ongeveer net zo moeilijk te regelen als zijn vrouw.’
‘Steven!’ roep ik verschrikt.
‘Wat? Het is toch zo?’
‘Ja maar dat zég je toch niet?’
‘Ik kan het ook niet helpen dat-ie zo’n lekker wijf heeft.’
Donnie ziet aan m’n blik waar het over gaat en springt weer naar voren. Hij klemt z’n enorme knuist om de iPhone 3Gs en trekt hem in een ruk uit m’n hand.
‘JE BENT EEN VUILE KLOOTZAK, STEEF! JE BENT EEN VIEZE VUILE FUCKZAK!’
Verstijft kijkt de familie naar Donnie. Met z’n grote ogen, dieprode hals en oren en forse onderlichaam lijkt hij nu meer op een kogelvis die z’n zin niet krijgt, dan de Oom Donnie die ze kennen. Het blijft stil, iedereen hoopt iets van Stevens reactie op te vangen. We horen alleen een zacht krakende stem. Dan schuift Donnie z’n ogen naar mij. De telefoon kraakt. Een seconde later vliegt hij door het keukenraam.

Standaard