Dezelfde beginzin

Liefde op het eerste gezicht

Ze zeggen dat mannen met baarden gelukkiger zijn. Ik had het gelezen in de Quest en het klonk meteen logisch.

Mannen met baarden voelen zich meer mannelijk en stralen dus meer zelfvertrouwen uit. En dat trekt de vrouwtjes weer aan. En wie wordt daar niet gelukkig van?
‘Leo,’ zei ik daarom tegen mijzelf, ‘het is tijd voor een baard.’
Na een paar weekjes kweken, was het tijdens een verjaardagsfeestje dat een vriendin van een twijfelachtige vriend me apart nam. We hadden allemaal flink lopen drinken deze avond en zo te zien ging Yvonne mij eens even haarfijn de waarheid vertellen.
‘Leo,’ zei ze stellig zoals dronken mensen dat zo goed kunnen, ‘die baard van jou is waardeloos. Scheer die rommel er toch af, eikel.’
Daarna kotste ze over mijn schoenen heen.
Het gesprekje met Yvonne raakte me. Niet alleen omdat ze nooit eerder de moeite had genomen om ook maar een woord met mij te wisselen, maar ook vanwege het braken. Blijkbaar voelde Yvonne zich bij mij zo op haar gemak dat ze al haar remmingen kon laten gaan. Het ontroerde me, deze warme, vloeibare vorm van affectie.
De volgende ochtend trok ik meteen de stoute schoenen aan en sms’te ik Yvonne. Naar het nummer dat ik via die twijfelachtige vriend had bemachtigd stuurde ik ‘Hoi Yvonne, voel je je al wat beter? Was leuk gisteren! Groetjes Leo!’. Omdat ik niet zeker wist of ze meer Leo’s kende, en of die ook op het feestje waren geweest, sms’te ik even later ook nog even ‘Met die baard’.
Het was frappant, zo doeltreffend was ik nog nooit met de vrouwtjes bezig geweest. Sms’en met een meisje, dat deed ik vrijwel nooit. Het bleef altijd bij heen-en-weer mailen. Met Yvonne was het nu meteen anders. Gemakkelijker. Ik had al met haar in het echt gesproken. Haar zure geur hing nog in m’n kamer.
Het bleef lang stil van Yvonne’s kant. Ik stuurde nog een paar sms’jes (‘He slaapkop! Wakker worden! Kusjes Leo’) en met Google Maps zocht ik de snelste route naar haar huis op.
Yvonne reageerde die dag niet. En de volgende ook niet. De rozen kwamen donderdag terug. Mijn voicemailberichten werden met elke poging korter: ‘Dit is Leo, bel me verdomme nou eens terug. Mis je.’
Het bleef stil.
Onze relatie wankelde en het voelde niet goed. In de twee weken daarna dat ik toevallig langs verzekeringskantoor Boerema fietste, zag ik iemand anders zitten aan haar bureau bij het raam. Ik begon meer en meer de indruk te krijgen dat Yvonne me ontweek.
In een allerlaatste poging onze liefde op het eerste gezicht te verzilveren, kocht ik bij de Intertoys een tweeënhalf meter grote teddybeer. Met Bobo van Berensteijn III in mijn handen liep ik zonder te verdwalen naar haar huis. Ik wist dat ze ziek thuis zat, dat had haar collega verteld toen ik belde me een prangende verzekeringsvraag voor juffrouw Yvonne Zeilstra van de schadeafdeling.
Precies negen keer belde ik aan, maar er werd niet open gedaan. Haar tuindeuren waren ook op slot. Een paar keer riep ik haar naam onder het slaapkamerraam, gooide er wat steentjes tegenaan, maar er kwam geen teken van leven. Ik besloot Bobo voor haar achter te laten in de tuin en schreef er snel een kort briefje bij: ‘Lieve Yvonne, sorry voor je ziekte. Gelukkig weet ik waar je woont, dus tot later. Mis je. Leo.’ Om ’t niet te laten wegwaaien, boorde ik het briefje met mijn pen door de borst van Bobo.
Een paar weken later zonder iets van haar persoonlijk te hebben gehoord en een nieuw straatverbod was ik er klaar mee. Die baard ging eraf.

Standaard