Gnuiven

Gnuiven is eigenlijk best zeldzaam

Licht. Ademhalen. Gevoel. Dan het besef: iemand heeft mij wakker gegnuifd. Eerst zie ik alleen het dak van mijn hemelbed – vaag en bewogen. M’n ogen hebben moeite om scherp te stellen. Dan verschijnt er een hoofd boven me en zie ik een man met diepe rimpels en vieze baard. Hij lacht naar me en ik ben direct klaarwakker. Via m’n ellebogen beweeg ik mezelf omhoog, ga zitten en bekijk de man van top tot teen. Ranzig baardje, lompen, blote voeten. Heb ik dat weer.

‘Hoe lang heb ik geslapen?’, vraag ik.
‘Dat hangt er vanaf, wanneer ben je gaan slapen?’
‘Half drie ‘s middags op 1 februari 2015.’
‘Poeh. In dat geval toch zo’n vierendertig jaar.’
‘Oh.’

Ik laat me weer onderuit zakken. Mijn GSS, Gnuif-Slaapstoornis, heeft me eindelijk echt te pakken gekregen. Ik weet nog wat ik als laatste zag voordat ik gnuifde, een kat die helemaal opgevouwen zat in een lege vissenkom. Het was grappig, maar niet hilarisch. Daarmee tekende ik mijn eigen vonnis. Ik had Youtube nooit moeten openen. Ik duw mezelf weer omhoog.
‘Bestaat Youtube nog?’ vraag ik.
‘Youtube?’
‘Laat maar. Jij bent de eerste die in mijn buurt gnuifde in vierendertig jaar,’ vertel ik de zwerver. ‘Waar gnuifde je om, als ik vragen mag?’
‘Ik ben ook de eerste die je beroofd heeft in vierendertig jaar.’
Ik voel opeens de leegte in m’n broekzak.
‘Verdraaid’, zeg ik.
‘Lastig,’ zegt hij.
‘Nou,’ zeg ik.
Even blijven we allebei stil.
‘Als ik nu weer gnuif, wat gebeurt er dan eigenlijk?’
‘Niks,’ lieg ik.
De zwerver gaat staan en loopt naar een door spinrag verborgen raam. Hij veegt de draden plompverloren weg en staart naar buiten. Na een halve minuut draait hij zich weer om, mompelt ‘niks grappigs te zien’ en loopt naar de andere kant van de kamer en doet daar hetzelfde. Opeens zie ik z’n ogen groter worden, z’n buik een beetje omhoog komen en z’n schouders naar voren bewegen, gevolgd door een gnuif. Ik voel mezelf naar achteren vallen. M’n ademhaling stokt en m’n oogleden zijn te zwaar. In de verte hoor ik nog “een vrouw aan het inparkeren”, gevolgd door niets.

Licht. Ademhalen. Gevoel. Dan het besef: iemand heeft mij wakker gegnuifd. Direct hoor ik nog een gnuif. Klaarwakker ben ik, en ik schiet omhoog. Ik zie de oude man met de baard weer voor me.
‘Hoe lang heb ik geslapen?’ vraag ik hem.
‘Een uurtje of drie, denk ik.’
‘Oh, dat valt mee.’
‘Ja, ik wou je je portemonnee even teruggeven. Ik heb een hamburger gekocht van het geld dat erin zat, maar ik heb er verder weinig aan. Hier.’
Hij gooit de portemonnee tegen m’n borst aan.
‘Thanks,’ zeg ik dankbaar.
‘Geen probleem. Red jij je hier verder zo?’
‘Ja, zolang je niet nog eens gnuift kom ik er wel uit.’
‘Zal ik niet doen. Later.’
‘Later.’

De man loopt de trap af in de verre hoek van de kamer. Ik open m’n portemonnee en zie in plaats van m’n creditcard een lidmaatschapspasje van de Hunkemöller. Ik gnuif.

Standaard