Op muziek

Geen biecht

De schommel slingert na. De blonde krulletjes van het meisje dat er op zat, dansten om haar gezichtje. Met haar beentjes vooruit gestoken maakte ze meer vaart. Hoog de lucht in. Ze pruilde toen haar vader zei dat ze naar huis gingen, mama wachtte met thee en koekjes.

Ik ben jaloers. Jaloers omdat schommelen voor haar op dat moment het enige belangrijke was. Belangrijker dan thee en koekjes. Toen ik ongeveer net zo oud was als zij schommelde ik niet en zeker niet op zondag. Mijn jurkje zou eens vies worden. Na de kerk liepen we met het gezin naar huis om thee te drinken. Mijn vader sliep in de grote stoel en wij waren stil. Jarenlang, elke zondag. Tot ik Menno ontmoette en steeds minder naar de kerk ging en op zondag mijn roes uit sliep. En ik me in plaats van beter juist slechter ging voelen en op pad moest om weer in die roes te belanden.

Eén keer ben ik nog gaan biechten. Maar het was niet oprecht; ik voelde me schuldig en ging nooit meer terug. Onder invloed biechten is het slechtste dat je kunt doen. Ik verstootte God en Hij verstootte mij. Ik was eerder, ik ben begonnen en ik heb hem nog niet teruggevonden. Ik wil het graag goed maken, maar ik weet niet hoe. Ik weet dat ik de eerste stap moet zetten, misschien door weer contact te zoeken met mijn ouders, maar ik weet niet eens zeker of ze nog leven. De kans dat ze dood zijn is aanwezig. Ze zijn oud, veel ouder dan ik ooit zal worden als ik zo doorga.

In mijn ooghoek zie ik een jong stelletje aan komen lopen. Zij lacht, hij slaat zijn arm om haar heen en trekt haar tegen zich aan. De schommel hangt stil en zij gaat er op zitten. Haar voorganster zit vast al aan een koekje te knabbelen in een warm huis, bij ouders die van haar houden. Een papa en mama die met haar gaan schommelen en daarna thee en koekjes voor haar neus zetten. Misschien kijken ze samen een film straks. En als ze dan naar bed gaat wordt er een verhaaltje aan haar voorgelezen. Uit Kikker en Pad ofzo.

Ik hoor het stelletje bij de schommel lachen, haar ogen glinsteren als ze haar vriendje aankijkt. Terwijl zij een plastic tasje tussen haar voeten zet, rolt hij een joint. Niet de joint, maar het tasje trekt mijn aandacht. Boekhandel Derijks, is de naam van de winkel. Boeken. Het boek. Ik moet het boek kopen. Dat is stap één.

Ik sta op en begin mensen aan te spreken. ‘Heeft u wat voor me?’, vraag ik terwijl ik mijn liefste glimlach op mijn gezicht plak. Ze zijn gul vandaag. Aan het eind van de dag is een roes dichtbij, ik heb geld genoeg nu. Voor morgen ook nog wel.
Maar ik loop de stad in, richting boekhandel Derijks. ‘Gesloten’, vertelt het bordje aan de deur.
Het is zondag.


Bij het thema ‘op muziek’ moet het verhaal enigszins betrekking hebben op een liedje. Bij dit verhaal is dat ‘Sinnerman‘ van Nina Simone:

Standaard