Op muziek

Ik laat haar nog niet gaan

Ze drukt zich in m’n armen en wiebelt heen en weer tot ze het gevoel heeft dat ze is verdwenen. Zachtjes trek ik haar nog ietsje steviger tegen me aan, ook voor mezelf. Ik focus op het geluid van haar lange haren die tegen mijn baard aan schuren en probeer een of andere laatste oproep naar een verre bestemming weg te drukken. Haar vliegtuig gaat pas om zeven over twee en het is maar negen minuten lopen naar haar gate, dus we kunnen nog wel even blijven staan.

Zes maanden gaat ze. Zes. Ze moest en zou een tijd naar het buitenland. Liefst Nieuw-Zeeland, maar sinds ik er ben is ze ietsje kleiner gaan denken en is ergens binnen Europa ook goed genoeg. Groot gelijk heeft ze natuurlijk. Iedereen die ik ken die een tijd in het buitenland heeft gewoond is er beter van geworden. Daarom is het ook niks voor mij. Stel je voor dat ik een beter mens word.

Ik kus haar kruin.

Uiteindelijk is de keuze op Frankrijk gevallen. Ze spreekt de taal graag, en over zes maanden droomt ze er waarschijnlijk in. Een gastgezin zal haar om half vier op Charles de Gaulle opvangen en van een slaapplek voorzien van negentien vierkante meter, inclusief inloopkast. Ik hoop dat er geen leuke jongens in dat gastgezin wonen en dat heb ik haar ook gezegd. Dat moet ik niet. Ik ben niet jaloers, zei ik, maar er moeten geen jongens bij jou in de buurt komen, zo zei ik. Ze begreep het wel. Ze knikte, en ze knipperde een paar keer snel.

Twee Spanjaarden met rolkoffertjes sprinten langs ons heen. Ze wil loslaten, maar ik laat haar nog niet gaan. Zover ben ik nog niet. Nog niet.

Die minor Ondernemerschap die ze gaat volgen kan je ook prima hier in Nederland volgen. In ieder geval in Amsterdam, Utrecht en Groningen, heb ik opgezocht. Maar daar ging het niet om, zei ze. Het ging om het avontuur, wat dat dan ook mag betekenen. Het ging erom dat ze de vrijheid kreeg en zichzelf kon ontdekken. Maar toen ik zei dat ze dat toch allang wist, toen bleef ze stil en ze knikte en ze knipperde en ze keek weg.

Ze voelt een druppel op haar voorhoofd vallen en kijkt omhoog.

Ik vraag of ze niet gaat.

Ik moet gaan, zegt ze.

Je moet niks, zeg ik, ondanks dat ik weet dat ze nu moet rennen om op tijd bij de gate te zijn.

Ze knikt en begint zich langzaam los te trekken uit mijn omhelzing. Ik ben verkrampt en sterk, maar haar wilskracht is groter. Na een halve minuut sleuren staat ze voor me. Mijn armen hangen slap langs m’n lichaam. Ik zie een meisje met een plan. En dan zie ik alle mooie dingen die we samen hebben meegemaakt. De eerste zoen in een boilerhok. Die keer dat ik zei dat ik van haar hield en dat zij me bewust even liet wachten en het een paar seconden te laat terugzei. En al die keren dat ik haar heb laten lachen.

Ze zet een stap naar achteren en breekt de beelden. Ze zet nog een stap en breekt mij. Ze zegt doei, ik hou van je, en draait zich om. Ik zeg niets terug. Ik staar haar na en slurp iedere seconde beeld naar binnen. Als een milkshake waarvan het einde is bereikt.


Bij het thema ‘op muziek’ moet het verhaal enigszins betrekking hebben op een liedje. Bij dit verhaal is dat ‘Sorrow‘ van The National:

Standaard