Op muziek

Onderweg in oppervlakkigheid

Hij zat in tram 1 en in z’n handen een boek met een selectie uit de korte verhalen van Remco Campert. Hij las snel aangezien de samensteller van dienst zijn werk meer dan voortreffelijk had gedaan.

“Koningsplein, flower market” en de deuren schoven open. Met een zucht waar een slepend liefdesdrama met hartverscheurende details in verborgen zou kunnen zitten, nam een jongedame plaats naast hem. Gezien vanuit z’n ooghoek zou zij het kunnen zijn, ook zij had immers lang blond haar, maar omdat de parfumwolk nieuw voor hem was en zij nooit meer naast hem zou zitten, sloeg hij niet eens aan het twijfelen. “Nederland was een drabbig land vol drabbige mensen, die er drabbige ideeën op nahielden over drabbige onderwerpen,” las hij daarom onderaan pagina 98.

Bij het Leidseplein (“entertainment area”) keek hij weer op van zijn boek. Noodgedwongen, want zoals altijd stapten bij deze halte de meeste mensen uit en ze brachten hem uit de concentratie die vereist was voor goed geschreven verhalen. De tram liep leeg, maar Blond Parfummeisje bleef zitten. Het stemde hem tevreden, alsof het zijn verdienste was. Tegelijkertijd erkende hij echter de dwaasheid van die gedachte. Alsof hij iemand bij zich kon houden, hoe hij ook z’n best deed. Hij had vaak op z’n tong gebeten, had nooit teveel gezegd, probeerde de sterkste te zijn, hanteerde geregeld de fluwelen handschoen en dat alles voor zo lang.
De deuren sloten en de tram trok weer op. In het midden van pagina 102 las hij: “Het was niet veel, waarop hun vriendschap berustte, een handvol herinneringen aan het laatste jaar van hun schooltijd, toen ze elkaar waren gaan waarderen en de een zich geen dag meer zonder de ander kon voorstellen.”

Halverwege de Overtoom zag hij vanuit z’n ooghoek dat Blond Parfummeisje iets uit haar tas viste. Een magazine, maar wat voor een? Hij moest het weten. Met een subtiele hoofdbeweging die iets weghad van een uitrekking na te lang in een bepaalde positie te hebben gezeten, keek hij enkele seconden naar rechts en ontdekte dat het een glimmend tijdschrift was, zo’n eentje die je wettelijk verplicht bent een glossy te noemen. Of het de Marie Claire, Beau Monde of voor zijn part het Amerikaanse Vanity Fair was, had hij helaas niet zo snel kunnen zien, maar dat nam niet weg dat deze nieuwe informatie voelde als een welgemeende schop in de maag. Lezen is goed, heel goed zelfs, maar glossy’s zijn vreselijk in al hun oppervlakkigheid. Het was een van de weinige dingen waar hij zich echt over kon opwinden en hij had er zelfs eens een vlijmscherp artikel over geschreven voor op zijn karig gelezen weblog. Een totaal onnodig stuk noemde zij het en “typisch weer iets voor jou om je druk over te maken”.

Bij Station Lelylaan (“overstappen op stads- streekvervoer en trein”) checkte Blond Parfummeisje uit en speelde hij de aandachtige lezer. De deuren sloten, haar geur nog om hem heen. Zonder schijnbewegingen keek hij naar rechts en samen met de achteloos vergeten glossy zat hij deze doordeweekse avond verlaten te zijn in tram 1. Net na halte Meer & Vaart las hij bovenaan pagina 5: “Superleuk nieuws, girls: aardbeienijs roze, aquamarijn, custard geel en lucite groen zijn dé kleuren van deze zomer.”


Bij het thema ‘op muziek’ moet het verhaal enigszins betrekking hebben op een liedje. Bij dit verhaal is dat ‘Riding To Vanity Fair‘ van Paul McCartney:

Standaard