De 10 geboden

En ze zou stralend tegenover Marc-Marie zitten

Dit was de achtste brief die Hannah naar DWDD stuurde. Het was weer een mooie geworden. Keurig onderschreven met haar immer zwierige handtekening en bevestigd met de lakstempel die ze van Opa Greuvelingen had geërfd.

Terwijl ze haar jas van de kapstok pakte, haar kat Lapje terug naar de woonkamer joeg en naar de postbus liep, dacht Hannah na over de gezichten van de redactie. Ze zouden hoogst verwonderd zijn, bedacht ze. Grote ogen zouden ze hebben. Ze zouden haar brief lezen, geschrokken naar elkaar kijken en vervolgens tegelijk Matthijs roepen en de telefoon grijpen om Hannah te bellen. Haar telefoon zou overgaan, de bel zou door de kamer schellen en Hannah zou doodgemoedereerd ‘Met Hannah’ zeggen.

Hannah glimlachte. Ze had de brief bij het puntje nog vast, klaar om in de rode kast te laten vallen, waarop de zwarte klepjes vrolijk heen en weer zouden klepperen. Ze genoot van de voorpret. Ze zou worden uitgenodigd om in het programma te komen spreken. En ze zou stralend tegenover Marc-Marie zitten. Het publiek zou om haar grapjes lachen en Twitter zou vol lof over haar voorkomen spreken. En ze zou eindelijk erkend worden. Eindelijk. En ze liet de brief los.

De brief viel. De brief waarin ze vertelde dat zij – en alleen zij – verantwoordelijk was geweest voor de opkomst van de bordjes met diepzinnige teksten in huiskamers. Zij was het die ‘Live Love Laugh’ mogelijk had gemaakt en zij was degene waardoor ‘Everyone brings joy to this house’ populair werd. Zij was de reden dat honderdduizenden huisvrouwen nu tegen een of andere Engelse spreuk aankeken. Hannah had natuurlijk bewijs bijgevoegd. Het waren geen loze claims. Nee. Zij was begonnen. Zij had het oude bord met de Tien Geboden uit de Hervormde Kerk meegenomen toen die gesloopt werd. Zij had het bord opgehangen boven de schouw en zij had er een foto van gemaakt. Zij had een Pinterest-account aangemaakt en de foto gepind. Miljoenen mensen hadden die foto gezien – daar was Hannah zeker van. Er was weliswaar niemand geweest die ‘m had gerepind, maar een week later zag Hannah overal van die bordjes met hippe Engelse teksten verschijnen. De tijdlijn was duidelijk, logisch en onmiskenbaar.

Hannah liep het tuinhekje door. De anjers bloeiden en wuifden zachtjes heen en weer voor het keukenraam. Achter haar viel het tuinhekje dicht en voor zich hoorde Hannah een bel gedempt rinkelen. Even stond ze stijf stil. Toen sprong ze de drie stappen naar de voordeur en zocht tegelijk naar de sleutel. Niet in haar broekzak – niet in de andere – niet in de jaszak – niet in de andere – niet in de binnenzak – waar is-ie toch – ah, toch in de jaszak. Ze opende de voordeur, struikelde bijna over Lapje – hoe kwam-ie nou toch weer in de gang – en rende naar de telefoon. Midden in de rinkel nam ze op en watervalde door de telefoon:

“Hallo met Matthijs! Oh nee, met Hannah, bedoel ik, niet met Matthijs. Sorry. Hallo?”

Of ze geïnteresseerd was in vier weken AD voor slechts 5 euro. Netjes sloeg Hannah het aanbod af en hing op. Ze deed haar jas uit, hing ‘m aan de kapstok en ging daarna zitten in haar fijne stoel. Lapje sprong op haar schoot en begon te spinnen. Het was de achtste brief en er had nog niemand gebeld. Hannah keek omhoog en had opeens grote moeite met het derde gebod.

Standaard