Verhaal #471 • Afgesproken thema: Orchideeën

De Welriekende nachtorchis

Hij haastte zich naar lokaal 2B. Hij was te laat. De directeur had hem op het matje geroepen. Op het matje verdomme. Hij kreeg een standje, omdat hij ’s morgens meestal een minuut of tien na de laatste bel de klas binnenviel. Als hij nog één keer te laat zou komen, zou er een officiële waarschuwing volgen. En nu was hij te laat door de directeur zelf. Sukkel.

Het kabaal galmde door de gang. Hij vertraagde zijn pas en ademde diep in. Goed, rug recht, kin naar voren. Hij opende de deur en klapte in zijn handen. ‘Jongens, speelkwartier is voorbij. Boeken open op pagina 85, paragraaf vier. Wie heeft zijn huiswerk niet gemaakt?’ Ruim de helft van de pubers in lokaal 2B stak een hand op. Ze keken hem spottend aan, maar deden wat hij zei. ‘We gaan het hebben over de orchidee. Wie weet waar deze plant het best groeit?’
Marcel was nu de enige die zijn hand op stak. ‘In vochtige holtes meneer.’ Een triomfantelijke blik volgde op zijn antwoord. ‘Dat klopt Marcel. Orchideeën groeien in het wild vaak in holtes van grotten of bomen. De naam orchidee stamt af van het Griekse ‘Orchis’’, vervolgde hij de les. Gegrinnik in de klas. ‘Orchis betekent ook teelbal in het grieks’, fluisterde iemand. Het gesmiespel kwam van rechts, maar hij kon niet ontdekken wie het zei. Luider gegrinnik. Zijn nek prikte. Hij wilde zich niet van de wijs laten brengen; hij had deze les goed voorbereid. Hij moest doorzetten.

‘Er zijn 31.000 verschillende soorten orchideeën. Zo kennen we onder andere de Grote Muggenorchis, de Groene Orchis, de Bokkenorchis en de Welriekende Nachtorchis.’ Het schaterlachen van de leerlingen verbaasde hem tot hij besefte wat hij had gezegd. Het prikken in zijn nek werd erger. Hij voelde de warmte vanuit zijn hals omhoog kruipen naar zijn wangen. Gelukkig verborg zijn baard iets van het bloed vlak onder de huid, maar toch wist hij dat hij knalrood voor de klas stond. Houd vol, over een half uur gaat de bel, sprak hij zichzelf moed in.

‘Janneke, weet jij tot welke klasse de orchidee behoort?’ Hij had zijn vraag nog niet uitgesproken, of hij bedacht zich al hoe stom die was. Janneke bloosde. ‘Tot de Spermatopsida meneer. Ook wel ‘zaadplanten’ genoemd.’ Weer een lachsalvo. Marcel viel zelfs van zijn stoel. Aansteller.
Hij voelde de wanhoop toenemen. Zijn oksels prikten nu harder dan zijn nek en zijn blouse voelde klam aan. Paniekerig klemde hij zijn armen tegen zijn lichaam. Als ze zagen dat hij zo zweette, zagen ze zijn zwakte. Zijn angst. Dat zouden ze hem keihard betaald zetten. Rotklas.

Het lachen hield aan. Tranen prikten achter zijn ogen. Zijn neus liep vol snot. Zijn lip begon te trillen. Joep, het joch met de grootste bek, zag het. ‘U ziet er nogal gestresst uit meneer Van Grinsven!’, hikte hij. ‘U moet wat ontspanning zoeken! Misschien is een orgie een idee?’ Het lachen veranderde in bulderen. De eerste traan vond een weg via zijn wang naar zijn kin en spatte daarna uiteen op het bureau.

Van Grinsven kwam de volgende dag niet te laat op school. Hij kwam helemaal niet meer op school.



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard