Verhaal #470 • Afgesproken thema: Orchideeën

Het ware verhaal van de oudhollandse gebakkraam

Willem nam z’n plaats weer in op het kastje tegen de achterwand. Het was half zes, en erg veel klanten zouden er toch niet meer komen. Niet dat ze er überhaupt geweest waren, trouwens.

Verveeld hing hij met één bil op het kastje en bladerde wat door Facebook. Ook daar was weer niets gebeurd. Wat dat betreft was zijn oudhollandse gebakkraam ‘De Orchidee’ net zo succesvol als dat miljardenbedrijf, wat Willem weer enigszins opbeurde. Als het aan hem lag had hij de kraam al jaren geleden door Top Gear laten vernietigen tijdens één of andere bizarre race. Het enige oudhollandse aan de oudhollandse gebakkraam waren zijn oudhollands bevroren tenen aan het einde van de dag.

Er waren nog idioten die zijn oliebollen kochten. Niet veel, maar genoeg om wat centen op de bank te krijgen in de winterperiode. Na het oliebollenseizoen stond Willem tot eind maart op een kermis in Appingedam, verkocht hij ijs in de lente en zomer en bracht wat post rond in de herfst totdat de oliebollen weer mochten. Maar mochten is natuurlijk het verkeerde woord. Moesten. De oliebollen moesten weer. Willem was ervan overtuigd dat niemand die oliebollen écht wilde. Waarom zou je een met vet doorwrochte bal deeg bestrooien met een laagje suiker en vervolgens in je toch al te dikke gezicht duwen? Aan iedereen die het wilde horen vertelde Willem hoe het wat hem betreft écht zat: lang, lang geleden was er een gezin dat te weinig eten had. En op een goede dag was het zowaar 31 december geworden. De vader, een goedaardige ziel, vertelde zijn kinderen dat ze de jaarwisseling met een traktatie zouden vieren. En zijn vrouw, de schat, flikkerde het laatste restje deeg dat ze hadden in een pan kokende olie. Dat gezin overleefde die winter, de kinderen vertelden alle kinderen in de buurt van hun geweldige traktatie en het jaar daarop aten een vijftiental andere gezinnen ook oliebollen. Zo verspreidde deze ranzige traditie zich, tot iemand op het idee kwam om een oudhollandse gebakkraam om te bouwen tot oliebollendistributiecentrum. En zo was Willem aan zijn werk gekomen, aan De Orchidee. Maar de kern van Willems betoog was natuurlijk dat deze traditie opgebouwd was door kinderen en slechts gewaardeerd werd door kinderen, en dat ouders de traditie van die klotebollen alleen doorzetten vanuit nostalgie, waarmee ze vervolgens hun eigen kinderen besmetten.

De zaak was, met andere woorden, een vicieuze cirkel. En Willems huur was ook zo’n vicieuze cirkel, waardoor hij niet uit de oliebollencirkel kon stappen. Willems leven was een vicieuze cirkel.

Er was maar één manier waarop Willem protest kon plegen. Het was de reden dat hij zo uitgezakt mogelijk op het kastje zat, zijn uiterste best deed om ongeïnteresseerd te zijn en zijn oudhollandse gebakkraam zoveel mogelijk liet versloffen. De achterwand, waar vroeger een schildering van orchideeën op had gestaan (Willem had de enige oudhollandse gebakkraam van Nederland met zo’n schildering), was inmiddels geel van het vet. De banden waarmee het ding twee keer per jaar verreden werd, waren rafelig en slap. Boven Willems hoofd, aan de buitenkant, stond niet langer ‘De Orchidee’ maar ‘D O chidee’, en het zo puik ontworpen logo (een orchidee met een oliebol als bloem) hing slap voorover. Slechts de stengel van de bloem hield het logo nog van de grond.

Maar de mensen bleven komen. Het was de laatste jaren wel wat minder geworden, dat wel, maar die daling was grotendeels te plotten op het aantal mensen die met die hele glutenhype meegingen. Dat was tijdens de laatste vergadering van oudhollandse gebakkraamhouders uitgebreid besproken. De Jaarbeurs in Utrecht was een prima locatie geweest, maar de catering was wat ongelukkig gekozen. De speciaal gebakken oliebollen (het was juni) werden niet aangeraakt, en de zeer bezwete eventmanager moest McDonald’s laten aanrukken om een oproer te voorkomen.
In twee dagen hadden de oudhollandse gebakkraamhouders alle nieuwste trends op het gebied van gefrituurd deeg besproken. De ‘frikandeeg’ ging heel groot worden, net als de gefrituurde slagroomtaart waarvan Willem de naam was vergeten. Die nieuwe trends zouden ten koste moeten gaan van de berliner oliebol. Die was hopeloos ouderwets.
Natuurlijk was de haat voor hun vak aan bod gekomen tijdens de tweede dag van de beurs. Verschillende sprekers hadden gedeeld op welke manier zij het enthousiasme van het volk voor de oudhollandse gebakkraam probeerden te temperen. Eentje spoog op al de bollen die hij maakte, een ander keek zijn klanten nooit aan en weer een ander verkocht uitsluitend bollen van een week oud. Deze oplossingen konden natuurlijk rekenen op uitbundig applaus. De beste spreker was een 53-jarige man met connecties bij het Algemeen Dagblad die de Nationale Oliebollen Test had bedacht. Hij hoopte dat een professionele jury en de exposure van een nationale krant de mensen eindelijk kon doen walgen van oliebollen. Hij presenteerde een prachtige casus, waarbij het aantal bezoekers bij sommige oudhollandse gebakkramen met wel 89% was gedaald. De betreffende oudhollandse gebakkraamhouder stond er glimmend van trots bij. Helaas, moest de presentator toegeven, had de test ook het negatieve effect van een ‘beste oliebol’ tot gevolg. Er was dus een oudhollandse gebakkraam waar 233% meer klanten waren gekomen. De hele top tien had een dergelijke stijging gezien. Treurend gingen de oudhollandse gebakkraamhouders daarna aan het bier, wat de stemming gelukkig weer een beetje deed stijgen.

Na de beurs had Willem een aantal innovaties geïmplementeerd. Hij gebruikte voor zijn bollen nog uitsluitend Bland®-deeg, dat gegarandeerd smakeloos was. Ook had hij tijdens een workshop Klantontevredenheid geleerd hoe hij nóg lustelozer kon kijken. De truc zat ‘m volgens de cursusleider in de wenkbrauwen. Die moest je niet tot over de ogen laten zakken (dat leek vooral boos), maar juist nét een beetje optrekken. Daardoor leek je verbaasd dat iemand een oliebol wilde hebben, wat de mogelijke koper ongemakkelijk deed voelen.

Om vijf voor zes, Willem was de bakken aan het opruimen, kwam er een jonge, hippe moeder met een jengelend kind op De Orchidee af. Willem hoorde het gekweel van de kleine, maar bleef met zijn rug naar de twee mogelijke klanten bleef staan. Precies zoals geleerd bleef hij een tijdje doorwerken, om de consument de mogelijkheid te geven haar levenskeuzes te heroverwegen. Na een halve minuut kuchte de moeder over de schreeuwende, maar goed geklede kleuter heen. Willem zuchtte. Hij wist wat dit betekende: ze gaf toe. Willem draaide zich om en keek verbaasd naar de vrouw. Ze schrok direct, wat een goed teken was: ze had het door. Maar ze bleef staan.
“Hmm?” bromde Willem.
“Mag ik één oliebol, alstublieft?”
“Ik heb ze net opgeruimd.”
“Heeft u er niet nog ergens eentje liggen? Anders houdt-ie niet op met zeuren.”
“Ik heb hier nog wel eentje met krenten.”
“Nee, die moet-ie niet.”
“Ik heb niet anders.”
“Kunt u er niet nog eentje bakken anders?”
“Nee.”
“Heeft u écht niet nog een oliebol liggen?”
Willem zuchtte. Nu gaf hij toe. Hij was te goed voor deze wereld.
“Hier”, zei hij en stak de vrouw een oliebol op een servetje toe.
“Kan je er wat suiker op doen?”
“Is op.”
“Wil je een oliebol zonder suiker, Joris?”
“Neeee,” jengelde het kind, “ik wil mét suiker!”
“Nou, dan doen we dat er thuis nog wel even op. Kom maar.”
De vrouw gooide een euro op het doffe plastic van de toonbank en vertrok. Na zijn tong naar Willem te hebben uitgestoken volgde het jongetje haar ook.

Willem keek hen treurend na. Weer was zijn strijd tegen de bol vergeefs geweest. Weer hadden de kinderen gewonnen. Weer was zijn gehate Orchidee weer een stukje verder weg van de schroothoop. Zachtjes rolde een traan van Willems wang. Een voorbijganger zag het, hield halt en vroeg of er wat scheelde. Willem klaarde op om deze kans en riep de voorbijganger toe dat hij zijn enorme kokkert in z’n eigen incestueuze zaakjes moest steken. De voorbijganger riep een obsceniteit terug en vervolgde zijn weg. Blij en kwaad ging Willem weer tegen de achterwand hangen. Er was weer niets gebeurd op Facebook. Precies hoe hij het graag zag. Pas na een uur chagrijnig kijken had Willem door dat hij al een uur gesloten had moeten zijn.



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard