Verhaal #468 • Afgesproken thema: Cabaret

Een gouden fabeldier

De spiegel aan de wand was omringd met gloeilampen die zachtgeel schenen op Eugenio’s spiegelbeeld. Roem, zei die spiegel. Wuivende pauwenveren, applaus, zurige champagne die zacht prikkelde op zijn tong. De spiegel, inclusief zijn spiegelbeeld, was Eugenio’s leven. Hij was net een beeld uit de klassieke oudheid, een David, een discuswerper, dat tot leven was gekust. Zijn doel was bereikt.

Terwijl hij in de spiegel bleef kijken, liet Eugenio zijn bovenlichaam insmeren met massageolie. Daar overheen strooiden ze gouden glitters die aan zijn gladde torso bleven plakken. ‘Moeten we ook je gezicht bedekken?’ vroegen de meisjes. Hij bekeek zichzelf en antwoordde dat dat niet hoefde. Verder was zijn hele bovenlichaam goud: zijn borst, zijn rug, zijn armen en handen. Met dat glitterende vlies leek zijn lijf haast van een ander wezen, van een fabeldier. Bij zijn heupen hield het goud plotseling op omdat zijn benen bedekt waren met een strakke, gele broek.
Eugenio had altijd twee meisjes aan zijn zijde. Ze zorgen ervoor dat hij zich als Eugenio voelde en niet als Egbert van Vliet, zoals hij geboren was. Maria, de donkerharige, had een enorme moedervlek op haar bovenlip en hoewel dat een van de zeven schoonheden was, leek het volgens hem eerder op een bruin geverfde pukkel. Anastacia, de blonde, had erg kleine borsten: Eugenio zou haar BH’s nog wel kunnen vullen met zijn gespierde lijf. Al met al waren de meisjes knap genoeg om zijn eer hoog te houden, maar intussen onvolmaakt genoeg om hem niet af te leiden.

Eugenio had geen tijd voor vrouwen (en ook niet voor mannen, hoewel men hem daar soms wel van verdacht). Ooit had hij een hondje gehad maar zelfs dat bezorgde hem teveel afleiding van waar het eigenlijk om ging in het leven: zingen, dansen, en vermaken. Hij had een groot huis dat dagelijks meer verkilde door zijn afwezigheid, maar zo leefde hij het liefst. Wanneer hij vroeg in de ochtend de make-up van zijn gezicht had gehaald, deed hij zo snel mogelijk het licht uit om de man die iedere avond op het podium verdween, opnieuw te verliezen in zijn slaap.

Over een paar minuten moest Eugenio het podium op en hij schoot voor de derde keer dat uur de wc in. Wie had er in godsnaam bedacht hem met glitters in te smeren? Hij frummelde aan zijn geslachtsdeel om te kunnen plassen en maakte zo grote gouden vingerafdrukken op zijn penis. Het was een belachelijk gezicht, die vegen goud op zijn slaphangende lul. Het jeukte ook een beetje. Zenuwachtig probeerde hij de glitters eraf te vegen met wat wc-papier maar het hielp niet.
‘Maria!’, riep hij. ‘Kom me helpen!’
‘Daarbinnen?’ vroeg het meisje aarzelend.
‘God, laat ook maar’, zei hij terwijl hij zijn penis wegstopte. ‘De mensen wachten op Egbert.’
‘Op wie?’ vroeg Maria.
‘Op Eugenio,’ zei hij zonder zijn vergissing op te merken, ‘De Grote Eugenio.’
En als een glanzend, gouden fabeldier ritste hij zijn broek dicht en liep naar de coulissen.



Wie is Mirjam Brouwer?

Met de dag wordt het waarschijnlijker dat u van Mirjam heeft gehoord. Ze scoorde de derde plek in de Opium verhalenwedstrijd én haalde de longlist van de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd. Hoogste tijd voor de volgende stap in haar reeds imposante carrière: een vaste plek bij Het Genootschap. En hoewel wij eigenlijk niet op zoek waren naar een nieuwe collega, landde haar open sollicitatie tóch op vruchtbare grond. Omdat je voor sommige talenten gewoon plek moet maken. En omdat ze beloofde elke week een cake voor ons te bakken. Noemen wij in de schrijverswereld een klassieke win-win situatie, maar dat stukje vakjargon mag u meteen vergeten. Enfin, show don’t tell, Mirjam. (JE / HdK) Check de Verhalenfabriek van Mirjam →
Standard