Verhaal #461 • Afgesproken thema: Nieuwjaarsduik

D-Day

De wind slaat tegen m’n gezicht en drijft kleine regendruppeltjes tegen m’n wangen aan. De haren op m’n benen bewegen als waterplanten mee op het keren van de wind. Ik beweeg m’n tenen die in het koude, natte zand steken heen en weer, in een ijdele poging er enig gevoel in terug te krijgen. De handdoek die ik om me heen heb geslagen houdt de wind niet tegen, waardoor ik met m’n rug in de wind ben gaan staan.

Ik tril, zij het lichtjes. Ik ben geconcentreerd op wat komen gaat. Tussen m’n oogleden door kijk ik schuin achterom, naar het water. De golven zijn hoog. Hoger dan de kabbelende golfjes die je normaal ziet op foto’s van deze gekkernij. Een fluitje klinkt, we worden naar de lijn geroepen.

We rennen. Ik ren. Gedachten schieten door mijn hoofd. Dit is gekkenwerk. Doe het niet. Je moet je kamer nog stofzuigen. Ga terug. Het kan nu nog. Doe het gewoon. Doe het niet. Doe het wel. Zeg dat abonnement op de Donald Duck nou eens op. Ga terug. Nee. Om me heen zie ik mannen in oranje overalls, vrouwen in pietepeuterige bikini-tjes, jongens met blikjes Amstel, meisjes in enorme t-shirts. En iedereen met zo’n vervloekte muts. Idioten.

Dan wordt het stil in mijn hoofd. De eerste opspringende druppels van de mensen voor mij hebben me bereikt, en kort erna bereik ik ook zelf het water. Ik voel de zenuwen in m’n tenen, waarvan ik dacht dat ze niks meer voelden, schreeuwen om het niet te doen. Ik hap naar adem en trek m’n buik in, terwijl ik met hoog opgetrokken knieën verder huppel. Het water dat m’n benen raakt voel ik nauwelijks. M’n voeten des te meer. Het doet zeer.

Het moeilijkste gedeelte: kruishoogte. Het voelt alsof ik ga zitten in een vriezer gevuld met raketjes, maar dan natter. Alles wordt een stukje kleiner. Ik schreeuw. Ik denk dat ik klink als een tijger die gecastreerd wordt, maar het zal vast meer klinken als een meisje die haar moeder mist. Om me heen het opspattende water van gekken die de golven in duiken. Ik sla het water met m’n handen tegen m’n borst en armen aan, in de hoop het gewenningsproces wat te versnellen. Mijn hart klopt tweehonderd slagen per minuut en ik adem hyperventilerend. Aan de zijkanten van m’n zicht begint het wat zwart te worden. Dan verandert de stroom mensen van richting. Zonder me ervan bewust te zijn loop ik mee, strompel ik mee. Ik hijg en spuug zout water uit. Als ik bijna op het strand ben loopt er iemand vlak voor me langs, over wiens enkel ik struikel. Ik val plat voorover, terwijl om me heen de toeschouwers lachen. Ik probeer me op te richten maar wordt overlopen door mensen die van achteren komen. Het wordt zwart voor m’n ogen. Water borrelt naar binnen. Ik raak leeg. Op.

Game over.

Ik gooi m’n controller weg en ruk de disc van Call of Duty: Nieuwjaarsduik uit de console. Klotespel.



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard