Moord

Horres en Van Dam in: Met Voorbedachten Rade

Erg druk kon je het niet noemen, in café De Zatte Egel. Er zaten misschien drie man, als je de dwerg meetelde. Maar daar was het dan ook het stamcafé van de recherche voor. En aangezien Horres en Van Dam samen de recherche waren, in Amsterdam-West, was dat wel zo rustig.

Zowel Horres als Van Dam moesten weinig hebben van die hippe plekjes waar half Amsterdam heen ging om gezien te worden. Nee, dan liever een rustig, bruin cafeetje met een ober die je kent.
‘Het gebruikelijke, heren?’
‘Uiteraard, Harry, uiteraard.’
Horres glimlachte. Mannen als Harry vond je niet zo makkelijk, tegenwoordig.
‘Kijk eens aan heren, een biertje en een homocider.’
‘Dankjewel, Harry.’
‘Hmm, hij is weer goed vandaag,’ zei Van Dam, ‘er had iets meer aardbei in gemogen, maar ik ben tevreden. Je moet ‘m ook eens proberen. Lekker man.’
‘Nee, dank je, ik ben meer van de heteroseksuele drankjes.’
De mannen zaten een korte tijd zwijgend naast elkaar. Ze nipten aan hun drankje. Horres aan z’n biertje, Van Dam aan z’n kir van appels, aardbeien en bessen. Die had Harry na lang aandringen van Van Dam dan homocider genoemd. De woordgrap was van Horres. Hij had ‘m bedacht na de moord op een homoseksuele nachtclubeigenaar. Hij was wel aardig, vond hij zelf, maar Van Dam had het zo’n topgrap gevonden dat hij ‘m nu zelfs op plaatsen delict bestelde bij de technische recherche. Het zijn zuurpruimen, die jongens, anders was het vast heel leuk geweest.
‘Zeg Horres,’ begon Van Dam, ‘vind je nou echt dat die tweede gele kaart van Moisander tegen Feyenoord onterecht was?’
‘Wát? Van Dam, jij en ik weet allebei dat Nijhuis een omgekochte klootzak is. Allereerst had die vieze Immers al rood moeten krijgen voor die schop die hij uitdeelde. Daarnaast was die eerste overtreding duidelijk op de bal, dat zou zelfs m’n oma nog zien en die is blind, ja, dus dat zegt wat, en was de tweede gele kaart gewoon een licht trekje aan het shirt. Ik zie absoluut niet in hoe iemand voor die beide niemendalletjes toch een gele kaart kan geven! En eerlijk gezegd, Van Dam, zit ik me af te vragen hoe jij het in je stomme kop kan halen dit nog te betwijfelen ook. Heb je niet gekeken of zo, dat je alleen wat gelul op nu.nl hebt gelezen en daar nog maar even een mening over moet hebben? Of zat je weer met je bek in het kattengrind de urine van Tommy op te snuiven? Heb je dat gedaan, hè? Ik wil het nog niet eens horen ook. Wat ben jij voor Amsterdammer? Je vindt de Dam zeker het mooiste stukje Amsterdam, of niet soms? Oh, oh, oh, ongelooflijk, en daar heb ik dan jaren mee samengewerkt! Heb je het gehoord, Harry? Van Dam hier, de klootzak, vond de rode kaart voor Moisander een prima idee. Geloof je het? Ongelooflijk, zeg ik je. Ongelooflijk!’
‘Sorry Horres, ik bedoelde het niet zo.’
‘Dat is je geraden.’
‘Wil je wat van me drinken?’
‘Nee, ik heb nog, Van Dam. Oh. Kijk nou wat je gedaan hebt! M’n bier is dood!’
‘Mooi zo. Harry, twee homociders, alsjeblieft.’

Standaard