Verhaal #454 • Afgesproken thema: Maskers

De stervende wandelende tak

Doe alsof er niets aan de hand is”, zei een stem. Jochem legde net aan Alice uit wat de voordelen waren van een echte kerstboom tegenover een kunstboom, toen hij door die stem werd onderbroken: “En het ruikt de hele maand lekker in huis…”

Hij stokte en keek op van het scherm van de ING-automaat, waar hij juist het geld voor de boom had willen pinnen. Er stond een man naast hen met een apenmasker voor zijn gezicht, en in het oranje kunstlicht uit de pinautomaat leek de man precies op een gorilla met menselijke proporties.

Iets meer dan twintig jaar eerder, op een doordeweekse dag in juni, sprong Alice van haar moeders bagagedrager. Ze was een jaar of zeven en bezat nog die kinderlijke verwondering over alles die mensen later in hun leven grotendeels kwijtraken. Een van de dingen waarover Alice zich verwonderde was haar huisdier Takkie. Hij was dunner dan haar pink, zelfs nog dunner dan een potlood, maar toch kon hij eten en ademen, net als zijzelf. Takkie zat misschien wel slimmer in elkaar dan zij want als er een roofdier aankwam, zou die denken dat hij een tak was. In Alice zou hij ongetwijfeld een lekker hapje zien.
“Ga door met pinnen”, zei de man achter het masker. Zijn stem klonk vervormd door het plastic voor zijn mond, alsof hij door een oud telefoontoestel sprak. “Neem vijfhonderd euro op”.
De man zette een mes tegen Jochems zij en Alice sloeg haar hand voor haar mond. Jochems vingers beefden boven de toetsen van de automaat.
“Schiet op”, zei de man.
“Ik weet mijn pincode niet meer”, zei Jochem.
“Schiet op!”

“Mam,” zei Alice. “Takkie eet niet meer zoveel als vroeger hè? Straks wordt hij nóg dunner.”
“Ik denk dat Takkie het niet gaat redden, schat”, zei haar moeder terwijl ze haar fiets op slot zette. “Hij is al erg oud voor een wandelende tak.”
Alice begon te huilen. Ze kon zich niet voorstellen dat het terrarium in haar kamer binnenkort leeg zou zijn.
“Stil nou,” zei haar moeder, gegeneerd om zich heenkijkend. “Je krijgt wel een nieuwe.”

Jochems hand beefde nu nog harder. “Ik weet mijn code echt niet meer”, zei hij.
De man verplaatste het mes naar zijn keel en zei: “Geef me het geld.”
De geur van urine steeg op naast Alice en ze begon in haar tas te graaien. Jochem kon dit helemaal niet aan.
“Ik zal het wel opnemen”, zei ze. Haar handen waren bijna net zo wit als het bonnetje van een vorige gebruiker dat op de grond lag, maar ze trilden niet.
“Pas op, Alice!” riep Jochem. De man leek te schrikken van Jochems stemverheffing en greep hem vast, het mes nog steeds tegen zijn keel houdend.

Toen Takkie doodging, rouwde Alice voor het eerst in haar leven. Ze kon haar emoties op dat moment nog niet precies thuisbrengen, maar later wist ze precies wat ze toen gevoeld had: angst, verdriet en een torenhoog schuldgevoel. Had ze Takkie wel iedere dag schoon water gegeven? Was het niet te koud voor hem op haar kamer? Later in haar leven zou de stervende wandelende tak plaatsmaken voor stervende mensen en het plakje worst voor plakken natte cake, maar Alice had niet het gevoel dat haar allereerste ervaring met de dood wezenlijk anders was geweest. De angst en het schuldgevoel hoorden er altijd bij. En kinderverdriet was ook verdriet.

“Help!” schreeuwde Jochem. Zijn stem klonk plotseling weer zoals die had geklonken voordat hij de baard in de keel had gekregen. Alice herinnerde zich de kleine Jochem met zijn hoge kindergeluid. “Help!” schreeuwde hij nog een keer.
“Stil!” riepen zowel Alice als de man met het masker. Alice probeerde Jochem aan zijn ondergeplaste broek weg te trekken bij de man, terwijl Jochem in paniek begon in te beuken op het apengezicht. De man achter het masker schreeuwde en voordat Alice doorhad wat er gebeurde, zakte Jochem ineen op de grond. Alice wilde ook schreeuwen maar het lukte haar niet. Aan haar voeten lag haar vriend, bewegingloos, en naast hem lag het apenmasker dat hij had meegesleurd in zijn val. De man stond nog op precies dezelfde plek en keek Alice aan met zijn onbedekte gezicht. Het mes glom helderrood in het felle ING-licht.

Wanneer Alice’s wandelende tak onraad bespeurde, ging hij heel stil zitten. Hij had geen klauwen of giftanden dus zijn enige verdediging was onzichtbaar worden. Alice wist niet hoe het kwam, maar op het moment dat de man zonder apenmasker met zijn mes op haar afkwam, meer dan twintig jaar na de dood van Takkie, was dat hetgene waaraan ze dacht. Ze moest zich verstoppen. Zonder om te kijken rende ze weg, op zoek naar een plek waar ze kon verdwijnen in de omgeving. De straatlantaarns maakten echter iedere mogelijke verstopplek waardeloos. Ze rende een hoek om en aan het einde van de weg was daar een plein vol bomen. Kerstbomen. Er tussendoor liepen mensen en er klonk muziek. Alice rende hijgend verder: tussen al die andere mensen zou ze bijna net zo onzichtbaar zijn als een wandelende tak op een tak.

Pas toen ze het midden van het plein had bereikt, durfde ze te stoppen. Ze greep de dichtstbijzijnde kerstboom vast om niet om te vallen en keek naar de straat waaruit ze gekomen was, bang dat de man ieder moment met getrokken mes tussen de mensen kon verschijnen.
“Pas je op?” vroeg een stem. Het was een man in een vale bodywarmer en hij keek met opgetrokken wenkbrauw naar hoe ze tegen de kerstboom leunde.
“Mijn wandelende tak is neergestoken”, zei Alice. “Ik bedoel, mijn vriend!” Ze begon te huilen. Het duurde een tijd voordat ze de piepende uithalen onder controle had die haar om de paar tellen overvielen. Ze ademde diep in en uit. Toen zei ze, de kerstboom stevig vasthoudend: “Ik denk dat Takkie het niet gaat redden.”



Wie is Mirjam Brouwer?

Met de dag wordt het waarschijnlijker dat u van Mirjam heeft gehoord. Ze scoorde de derde plek in de Opium verhalenwedstrijd én haalde de longlist van de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd. Hoogste tijd voor de volgende stap in haar reeds imposante carrière: een vaste plek bij Het Genootschap. En hoewel wij eigenlijk niet op zoek waren naar een nieuwe collega, landde haar open sollicitatie tóch op vruchtbare grond. Omdat je voor sommige talenten gewoon plek moet maken. En omdat ze beloofde elke week een cake voor ons te bakken. Noemen wij in de schrijverswereld een klassieke win-win situatie, maar dat stukje vakjargon mag u meteen vergeten. Enfin, show don’t tell, Mirjam. (JE / HdK) Check de Verhalenfabriek van Mirjam →
Standard