Verhaal #453 • Afgesproken thema: Maskers

De zwarte bok

Zoals elk jaar rond de feestdagen keerde iedereen terug in het dorp waar alles was begonnen. Het was traditie geworden dat zij die waren vertrokken op kerstavond bijeenkwamen in café Jonas. Het etablissement bleek elk jaar weer het enige dat niet veranderd was.

Jacco peuterde een oliebol los van een servet en nam een hap. Hij keek het café rond, niemand waarmee hij in de klas had gezeten was er nog. Hij leunde met een elleboog op de bar. Hij stak zijn hand uit, deed alsof hij die van een ander schudde en zei zijn naam.
‘Ik ben tegenwoordig gletsjerspecialist bij de Verenigde Naties,’ oefende hij zachtjes voor zich uit, voorbereidend op vragen over wat hij nu zoal deed.

Tevreden over zijn repetitie, nam hij nog een hap, waarbij hij poedersuiker knoeide op zijn veel te grote, grijze overhemd.
Terwijl hij met zijn vettige handen zijn shirt van het witte poeder probeerde te ontdoen zag hij haar. Ze was er. Maar ze was er nooit. Waarom dit jaar dan wel?
Sanne – ooit het mooiste meisje van de klas, nu een vrouw die de jaren vooral op haar heupen met zich meedroeg. Maar hij zag nog steeds het meisje, het allermooist dat hij ooit had gezien. Hij verslikte zich, begon te hoesten. Hij probeerde met zijn armen te zwaaien zoals hij geleerd had te doen mocht hij in de sneeuw in de problemen komen. Maar het enige wat hij nog kon bedenken was het op panische wijze wijzen naar zijn keel.

Gaat het, vroeg ze. Een blakende warmte galoppeerde door zijn middenrif. Had ze ooit eerder iets tegen hem gezegd?
Ze sloeg hem hard op zijn rug en lachte voorzichtig toen een stukje krent door de lucht vloog. Hij vluchtte de wc in.

Hij gooide twee handen water in zijn gezicht en bekeek in de spiegel hoe de druppels langs zijn wangen naar beneden klauterden. Jarenlang had hij geoefend op wat hij zou zeggen als hij haar zou zien, maar nu was hij alles vergeten. Hij wist niet eens meer dat hij de gletsjerspecialist was van het klimaatpanel van de Verenigde Naties.

Ze kwam bij hem staan. Of hij weleens in Wallis geweest was. Ze begon uit te leggen over Zwitserse kantons, maar daarover hoefde ze hem niks bij te brengen. ‘Een schitterend traditioneel gebied, met als hoogtepunt natuurlijk de Langgletscher in het Lötschental.’ zei hij, ‘Heb je weleens de Vastenavond van dichtbij meegemaakt? Dat is echt enorm genoeglijk.’

Dit was zijn gebied, hier kon hij over praten. Hij wist dan ook van geen ophouden. Hij reeg de ene zin aan de ander, alsof hij haast vergeten was met iemand in gesprek te zijn.

‘Op Vastenavond proberen de mannen uit het dal de geesten van de winter te verdrijven. Tegenwoordig zijn er nog maar een paar geesten, zoals De Wilde Man, Het Lauwi-dier en de Zwarte Bok.’
Dit loopt gesmeerd, dacht hij, nu moet ik doorgaan.

‘Ze rennen met maskers op en schapenvellen om door de dorpen. Het zijn maskers van gnoomgezichten. Heel eng, om zo de geesten te laten schrikken. En de meisjes ook, natuurlijk.’ Hij lachte hard en legde zijn elleboog voor zijn gevoel soepel weer terug op de bar. Toen pas keek hij op.

Sanne was inmiddels in gesprek met Wouter, die vroeger rookte en aanvoerder was van het plaatselijke voetbalelftal. Jacco hoorde hem zeggen dat hij tegenwoordig in de sales zat, maar dat het belangrijker was wat ze wilde drinken.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard