Verhaal #23 • Afgesproken thema: Moord

Een heel gewone dag

Het was een dag zoals je er zoveel hebt. Herfst in Nederland. Kale bomen, natte ramen en verwaaide hoofden.

Een hele gewone dag, behalve voor haar. Ze had hem, in haar hoofd, al wel honderd keer beleefd. Misschien al wel vaker. Ze wist precies hoe het moest gaan. Het moest een hele gewone dag lijken. Met een douche zo heet dat haar borsten en billen er rood van werden. En met een chocoladetaart in de oven zodat haar kamer lekker ging ruiken.

Aan het begin van de middag zou ze haar dagelijkse boodschappenrondje lopen. Eerst naar het kleine groenteboertje, want ze had een nieuwe basilicumplant nodig. Daarna door naar de bloemenstal. Als niemand anders ze voor me koopt… zei ze altijd. Bloemen in haar kamer gaven haar het idee dat de zon scheen, ook als de ramen nat waren en het op haar kamer zo koud was dat ze er een loopneus van kreeg.

Om één uur zou ze haar lunch nuttigen. Dat deed ze altijd om één uur, dus vandaag ook. Van haar nieuwe basilicumplant zou ze gelijk dankbaar gebruikmaken en een paar fris groene blaadjes over haar mozzarella en tomaatjes strooien. Op die manier was het net zomer op haar bord. Tijdens het eten zou ze naar buiten kijken. Dat deed ze altijd tijdens de lunch. Ervoor en erna ook. Met naar buiten kijken kon ze zich uren vermaken. Een zacht muziekje op de achtergrond, de taart op tafel. Niet om op te eten. Gewoon omdat hij zo lekker rook. Helemaal in je eentje taart eten vond ze altijd maar iets treurigs hebben. Ze zou hem later op haar balkon zetten, voor de meeuwen.

Haar outfit hing al tijden klaar. Helemaal nieuw met de kaartjes er nog aan. Ze was er speciaal voor op pad gegaan. Naar Amsterdam. Ze had met zichzelf afgesproken dat ze op de prijsjes niet hoefde te letten, want dat maakte nu toch niet meer uit.

Ze was geslaagd bij een boetiekje waar ze de naam alweer van was vergeten en waar de verkoopster meerdere malen had benadrukt hoe prachtig slank ze was en dat álles haar vast ge-wel-dig zou staan.

Om acht uur zou ze zich in de glimmende skinnyjeans hijsen en de heerlijk warme trui eindelijk van het hangertje halen. Schoenen vond ze niet nodig, dikke sokken waren meer haar ding. Ze zou in bed gaan liggen, op de dekens, muziek in haar oren en de kaart in haar handen.

Was je maar dood! Haar broertje had het nu al zo vaak gezegd. Met Sinterklaas, toen zij een Furby kreeg en hij niet. Toen ze op vakantie zijn knuffel per ongeluk bij dat ene tankstation in Frankrijk had laten liggen. Of laatst nog, toen ze zijn telefoon kapot liet vallen. Haar vader kon er ook wat van. Kan je nou nooit iets goed doen? Dat zei hij regelmatig. Als ze een onvoldoende voor een toets haalde bijvoorbeeld. Of die keer dat ze een lekke band had en het haar niet lukte hem zelf te plakken. Ze wist het zeker, het zou écht beter zijn zo.



Wie is Gastschrijver: Vonne Hendriksen?

Geboren in 1990, wat haar de jongste van het Genootschap maakt, en ook nog eens de enige Haarlemse tussen de Amsterdammers. Vonne schrijft over romantiek, beschadigde zielen, gebroken harten. Zacht en lief, zou je dus denken. Maar pas op, wat deze talentvolle dame schrijft is als een teckel: het lijkt allemaal wel zo schattig, maar er zit pit in. (EV)
Standard