Verhaal #446 • Afgesproken thema: Racisme

Ineens was hij er

Ruud Assen is de gevreesde voorstopper van het tweede elftal van FC Oldenzaal. Hij is groot, kaal en meer dan meedogenloos. Menig tegenstander verlaat het veld voordat het eindsignaal heeft geklonken, is het niet met een zware blessure dan scheiden ze er wel vrijwillig mee uit. Het hoort erbij, zo vindt men in de Overijsselse plaats die het in de Tachtigjarige oorlog zo zwaar te verduren kreeg.

Zijn voetbalclub is er een met een rijke traditie. Al meer dan honderd jaar zorgen uitsluitend blanke mannen voor zowel hoogte- als dieptepunten en daar is men trots op. Het is dan ook een understatement om het feit dat er uit het niets een grote, zwarte man in een zwembroek met palmbomen erop het sportpark op kwam lopen toen het team van Ruud net aan de eerste training van het seizoen was begonnen, opmerkelijk te noemen.

‘Ik weet het nog goed. De trainer zei nog tegen me: ‘Ruudje, leg jij die ballen nou even bij die pylon’, maar ik hoorde hem al niet meer. Ik liep achter de rest aan.’
Ruud vertelt dat niet alleen hij, maar het hele team was gestopt waar het mee bezig was. Langzaam liepen ze in de richting van de jongen, die nu aan het hek langs het veld was komen staan. Keeper Harmen Janssen snelde zijn groepje teamgenoten voorbij. Schreeuwend en met veel handgebaren die voor een opgefokte doelman kenmerkend zijn, probeerde hij duidelijk te maken dat hij de aanwezigheid van de negroïde toeschouwer niet op prijs stelde. Hij moest tot kalmte worden gemaand door aanvoerder Tiemen Schoffels. Die nam gelijk het voortouw een poging tot communicatie met de buitenstaander te ondernemen.
‘What have you a gekke broek on,’ probeerde hij het ijs te breken. De jongen keek hem vragend aan.
‘I bet you have a bigger palmboom inside that broek, of niet?’
De groep voetballers lachte.

De immer onbegrepen middenvelder Bouke Krieltjens wees naar de kuiten van de bezoeker aan de andere kant van het hek. Hij stootte Woutje Schouten aan, die naast hem stond.
‘Het is vast een spits. Kijk die spierbonken, die gozer moet echt goed zijn.’
Dat vond Woutje niet zo leuk, hij was immers de huidige spits van FC Oldenzaal 2.
‘Hoe heet je? What is your name?’ vroeg hij bits.
De jongeman zei dat hij Lothar heette, waarop het elftal weer in lachen uitbarstte. Lothar! Zo heten negers toch helemaal niet?
Piet Pullens, een van de slimmere jongens van het team, merkte toen op dat van die exotische voetballers vaker vernoemd werden naar grote, Europese voetballers. Hij wist Gustavo Nazaretio Platini Faria do Nascimento (voetbalnaam: Guto) en Rubicelo dos Santos Fernando Maldini de Souza (voetbalnaam: Rubi) op te noemen. Een geroezemoes steeg op uit het groepje beperkte voetballers aan de zijkant van het trainingsveld.

Toen kwam trainer Karsten Stolpf zich ermee bemoeien.
‘The question is, Lothar: can you football?’ Stolpf zag al voor zich dat zijn team eens niet onderaan de grijze middenmoot zou gaan eindigen.
‘Yes, zaterday we play a oefenmatch against Zenderen Vooruit,’ viel Tiemen zijn coach bij.
Eindelijk kreeg Lothar zelf de kans om iets te zeggen.
‘Herren, entschuldigen Sie mich. Ich bin verloren. Wissen Sie vielleicht wo der Pool ist?’
Heel FC Oldenzaal 2 stond met de mond vol tanden en wees gebroederlijk met uitgestoken rechterhand dezelfde kant op.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard