Bevroren

Op het bankje

Ze hoefde net niet te huilen bij het boek. Ze liet zich niet teveel meeslepen door het verhaal en ging na elk hoofdstuk de kat aaien, met haar moeder praten of door 9gag scrollen. Dan ging het wel. Maar bij de film, nee, toen ging het niet.

Het was natuurlijk zelfkwelling om ernaar te kijken na wat er gebeurd was. Al vanaf de begintitels voelde ze iets zwaars tegen haar borst, alsof alle angst in haar lichaam was samengebald tot een dreunende vuist. Ze wist wat er komen ging, en wilde dat het komen ging. Dag jongen.

Ze kende hem niet, maar toen het gebeurd was, krulde ze zich op in foetushouding vanwege de pijn in haar lijf. Augustus Waters heette hij, en hij bestond niet eens. Maar zoveel betekende ‘bestaan’ natuurlijk niet: Gijs bestond ook niet meer en hij beïnvloedde haar leven nog elke dag.

Toen ze weer op kon staan, ging ze naar buiten. Ze woonde aan de Prinsengracht dus het bankje waarop de hoofdpersonen uit de film hadden gekust, was niet ver weg. De laatste dagen had ze het nieuws gevolgd waarin telkens werd bevestigd dat dít het echte bankje was, wat vervolgens weer werd ontkend. Nu scheen het echte in Hollywood te staan, maar dat geloofde ze niet.

Ze zag het bankje al vanuit de verte omdat er niet één toerist voor stond. Een gekke aanblik was het, dat wonderlijke snijpunt tussen fictie en werkelijkheid. Ze ging op het koude hout zitten en kon die twee werelden even niet zo goed meer onderscheiden. Haar hoofd zat nog in de film, en haar lichaam nu ook.

Het was prettig om zo opgeslokt te worden door het leven van een ander. Films kijken leek eigenlijk erg op verdriet hebben: je kon erin wegkruipen alsof het een dikke vacht was, tot je er geheel in verdween. Zo kroop ze weg in het verhaal van The Fault in Our Stars en vergat zichzelf. En Gijs zijn bleke gezicht in het ziekenhuisbed.

Niemand had haar ooit verteld dat verdriet ook fijn kon zijn. Het deed pijn, meer pijn dan ze dacht aan te kunnen, maar toch genoot ze er elke dag een beetje van. Het was zo groot en allesomvattend dat niets anders er meer toe deed. Haar verdriet voelde veilig. Ze streek met haar vingers over het groengelakte hout van het bankje, waar nu een dun wit laagje op zat, en het was net of de hele wereld was bevroren.

Ze snapte niet zo goed hoe dit hetzelfde bankje als in de film kon zijn. Het bankje bevond zich in twee verschillende werelden, een echt en een verzonnen. Op dezelfde manier kon ze het nooit bevatten dat acteurs zowel in de film als in het echte leven bestonden, alsof ze eigenlijk twee verschillende personen waren in twee verschillende dimensies.

Plotseling wist ze niet meer zeker of ze zélf wel echt bestond. Misschien was haar leven ook alleen maar een verhaal of een roman. Zo eentje waarbij ze om de zoveel tijd de kat moest aaien, of met haar moeder moest praten, of door 9gag moest scrollen. En dan kon ze het net uitlezen.

Standaard