Bevroren

Is er iets mooiers dan een vriendje te zijn?

Ze ligt te slapen op de bank en de cursor op mijn verder lege scherm knippert. Ik heb een deadline, goede wil en zelfs inspiratie, maar ze leidt me af. Haar borst gaat zachtjes op en neer, net niet op het halve ritme van Bruce Springsteens’ Nothing Man. Ze heeft een vlecht in, met een oud elastiekje vastgebonden. Onder de mouwen van mijn trui komen haar nagels vandaan. Haar duimnagel is ongeveer zo groot als die van mijn pink. Raar.

Ze ruikt naar amandeltjes, zeep en platteland en mijn scherm blijft leeg. Als ze iets van me wil roept ze mijn naam langgerekt en volgt er een ‘je veux’. Ze wil veel. Een hond, een kitten, een paard, een koe, een landgoed, een klein huisje, een grote tuin, een varkentje. En ik zou het haar allemaal geven als ze er serieus om vroeg.

Het zijn die ogen die ik nu niet zie. Ergens aan de zijkant branden lichtjes van plezier als je haar een goede zoen geeft of als ze wiebelend van plezier om een grapje lacht. Soms kijkt ze verwachtingsvol naar me op en soms vermaakt op me neer. Het zijn de ogen die ik nu niet zie waardoor ik niet kan werken. Keek ze me maar aan, dan schreef ik duizend boeken in een uur.

Ze draait zich om. Eén hand gaat onder de wang, de ander trekt het dekentje waar ze half onder ligt wat beter. Met die handen kan ze mij omhelzen alsof de wereld vergaat. Dan begraaft ze haar gezicht op mijn borst, doet haar ogen dicht en ademt mijn geur diep in. Mijn kin rust op haar kruin, ik ben precies lang genoeg en zij precies kort genoeg. Als we dan zo een minuut blijven staan slaapt ze vaak al half.

De wolken trekken voorbij aan mijn raam, de ademteugen van mijn meisje klinken zacht en de zwarte pixels die voor mij zouden moeten verschijnen blijven afwezig.

Ik geloof niet dat er iets mooiers is dan het blij maken van de persoon van wie je houdt. Als zij lacht kan ik onmogelijk kwaad zijn. Maar als zij huilt, dan moet ik ook, dus houd ik haar liever blij. Ik kus haar wanneer ze maar wil. Ze krijgt m’n armen om haar heen als ze daar behoefte om heeft. En ze mag zelfs haar ijskoude winterhanden warmen aan het gevoeligste plekje in mijn zij. Die weet ze altijd haarfijn te vinden. Ik kijk naar haar handen, die nu warm zijn. Warm en zacht van een rustige slaap op zondagmiddag. Zij slaapt en mijn hoofd is leeg. Is er iets mooiers dan een vriendje te zijn?

Ik klap m’n laptop dicht en schuif naar haar toe. Een kusje op haar voorhoofd. Ze wordt wakker, kijkt omhoog en geeft me de glimlach van geluk.

Is er iets mooiers dan een vriendje te zijn?

Standaard