Verhaal #437 • Afgesproken thema: Horoscoop

Zijn vriend, zijn vader

Horace Kopie steekt in de brandende zon het plein van de moskee over, van de winkel naar de slager. Het is niet ver, het dorp is klein. Even verderop zit nog een bakker en iets dat voor apotheek door moet gaan en daar houdt het op. Ondanks de kleine afstand raakt Horace buiten adem, de lucht is hier anders dan thuis. Warmer, dikker. Stoffig.

Als zoon van een Amsterdamse printshopeigenaar is hij dit niet gewend. In het ouderlijk huis van zijn aanstaande zijn ze de mahr, de bruidsschat, aan het samenstellen. Volgens de dorpse traditie bestaat die uit een belangrijk erfstuk – een bajonet met het familiewapen erin gegraveerd –, een stuk vee en een object uit de familie van de vijand. Daarvoor gaat de bruidegom met de mannen van de familie van de bruid op pad om iets te ontvreemden. Als dat niet ongezien lukt, loopt het huwelijk hoogstwaarschijnlijk ernstige averij op. Ja, deze Arabieren geloven ook nog eens flink bij. Niks voor Horace, maar hij accepteert het. Voor de liefde. Het staat in de sterren, zeggen ze, net als dat zijn vader er niet bij kan zijn.

Gek hoe dingen kunnen lopen, denkt Horace terwijl hij op een plek van spaarzame schaduw is gaan zitten. Hij heeft zich zijn bruiloft weleens anders voorgesteld. Als puberjongen heeft hij dromerig naar de kapel van het Begijnhof staan kijken, waar hij Lisa van vier hoog dan eeuwig trouw zou beloven. Hoe anders is het nu, hier. In de zandbak, zoals zijn vader het land altijd noemde.
Hij mist zijn vader, hij mist Amsterdam. In de pauze samen wandelen, van de zaak op de Rozengracht tot aan Felix Meritis, een sigaret roken – überhaupt een sigaret kunnen roken – en dan de sfeer van de grachten innemen. Ongestoord een biertje drinken in de kroeg van zijn Griekse oom Rectos. Triviale dingen. Dingen die er nu niet meer in zitten.

De zaak is iets minder dan een jaar ouder dan Horace. Voordat zijn vader de printshop begint, kent die een onregelmatig bestaan in de horeca, zowel aan als achter de bar. Nadat zijn moeder zwanger blijkt, moet er iets gebeuren. Een verhaal dat zijn vader regelmatig op verjaardagen vertelt of aan zomaar iemand in de winkel, gaat over het signaal van bovenaf. Of, zoals zijn vader het noemt: een moment dat schriftelijk in de sterren stond. Dat hij kort voor de geboorte van Horace in Privé zijn horoscoop leest, hij kent de tekst nog uit zijn hoofd. ‘Er staat u een hoop te wachten, een ommekeer voor het einde van 1987 bijvoorbeeld.’ Zie je wel, roept hij dan uit terwijl hij met zijn armen de ruimte van de winkel benadrukt, zie je wel!

Hoewel hij met de jaren een bloedhekel aan het verhaal heeft gekregen, mist Horace juist nu de ‘zie je wel’ van zijn vader. Dat de beste man niet bij de bruiloft kan zijn doet hem pijn, zoals het zijn vader waarschijnlijk pijn had gedaan dat ze niet in Amsterdam trouwen. Het is niet anders, het heeft zo moeten zijn. En ondanks zijn ongeloof, hoopt Horace dat zijn vader het van bovenaf allemaal wel ziet. De sterren zijn hier beter zichtbaar dan in Amsterdam.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard