Verhaal #424 • Afgesproken thema: Tapasbar

Terug naar Oost-Geesbrug: een modern literair drama

Ik moest weg uit Amsterdam, de situatie was niet meer houdbaar. Daarom stond er afgelopen zaterdag een in allerijl geleende vrachtwagen voor mijn alles behalve riante tweekamerappartement aan de Overtoom.

Mijn hoofdstedelijke kameraard Eduard, opgetrommeld als “extra handje”, was ietwat verlaat. ‘Brug open,’ meldde hij via WhatsApp en om enige vorm van argwaan meteen de kop in te drukken, volgde daarna een foto van de bewuste brug in inderdaad openstaande stand. ‘Ne pas de problème, mon ami’ stuurde ik terug. ‘Zoals gelukkig vaker in het leven, is deze dag de tijd aan onze zijde.’ Een reactie van Eduards kant bleef uit, maar daar zocht ik niks achter. De blauwe vinkjes toonden aan dat mijn inbreng in deze conversatie gelezen was en gezien onze hechte vriendschap was dat voor nu voldoende. In de stilte van het moment leer je elkaar immers echt kennen, zoals de onderschatte Russische schrijver Vlademir Wolkov optekende in zijn nooit officieel uitgebrachte memoires.

Ik bood de goed besnorde bestuurder van de vrachtwagen, mijn zwager Leo, een kop koffie aan. Dat kon, want als ik een ding had geleerd uit Verhuizen voor dummies, dan was het wel dat je het koffiezetapparaat áltijd als laatste moet inpakken, net na de beperkt houdbare inhoud uit de koelkast.

Afijn, ik kreeg dus hulp op deze verhuisdag van zwager Leo, die eind vorige eeuw mijn acht jaar oudere zuster Hannie huwde. Samen wonen ze tot ieders tevredenheid op het Drentse platteland, niet ver van waar wij zijn opgegroeid en waar nog altijd de boerderij van onze ouders staat: Oost-Geesbrug, een rond de 720 inwoners tellend dorpje in de gemeente Coevorden. Leo en Hannie bezitten een groot koophuis met een nog grotere tuin, drie corpulente kinderen, twee honden, zes kippen, acht konijnen, een trampoline en zo’n grasmaaier die veel weg heeft van een kleine tractor. Dat allemaal terwijl Leo en Hannie allebei een modaal inkomen genieten dat vast niet veel meer zal zijn dan wat ik de afgelopen jaren bijeensprokkelde als nachtportier in een sjofel hotel op de Wallen. Daarentegen had ik de grootste moeite om dit, en nu citeer ik de advertentietekst, “knusse, intieme appartement met telescopische zicht op de stad” te vinden en daarna elke maand te financieren bij de weinig galante en bijzonder ongeduldige verhuurder. Maar goed, ik wist dat het behelpen zou worden toen ik besloot om naar Amsterdam te trekken voor een kans in de televisiewereld als literair recensent.

‘Hoe gaat het met Hannie?’ vroeg ik terwijl het Senseoapparaat zich met horten en stoten door een koffiepad heen hoestte. ‘Werkt ze nog altijd met genoegen als secretaresse bij Haanstra Constructiematerialen in het dorp?’
Leo stond bij het raam en keek van drie hoog naar zijn vrachtwagen die onhandig op de stoep geparkeerd stond. Onder de voorruit lag een geel bord met daarop de naam van mijn zuster.
‘Hannie zit thuis,’ zei hij.
‘Wat zeg je me nu? Is Hannie ziek?’
Met een ongekende gretigheid nam Leo de mok van me aan en met een rotvaart werd de inhoud de slokdarm ingegoten.
‘Zo hé, daar was deze jongen wel even aan toe na dat pokke eind karren,’ zei hij bij het hard neerslaan van de lege mok op een verhuisdoos die volgens mij geen breekbare inboedel bevatte. ‘Prima bakkie, kun je niks van zeggen.’
‘Maar Hannie werkt dus niet meer,’ pakte ik het gesprek weer op. ‘Is ze onverhoeds in de AOW geraakt?’
‘Neuh,’ antwoordde Leo terwijl hij, na het spugen in de plantenbak, uit z’n kontzak een zak shag tevoorschijn haalde. ‘Scheelt ‘n hoop gezeik en gekloot met ‘n oppas, naschoolse opvang en weet ik veel wat allemaal nog meer. Gewoon lekker thuis zitten, dat was voor mijn moeke ook prima.’
‘Ik snap jullie beweegredenen,’ antwoordde ik zo neutraal mogelijk. Met een wasmachine die nog drie trappen naar beneden moet, is de vrede onder de hulptroepen bewaren noodzakelijk. (Bladzijde 34 uit Verhuizen voor dummies.)
‘Hoe laat komt die makker van je eigenlijk? Heb met je pa afgesproken dat we rond tweeën met de vrachtwagen het erf op komen rijden. Kan Hans nog mooi even meehelpen met sjouwen.’
‘Als je het over de duivel hebt,’ zei ik toen mijn telefoon ging.

Ik sloot de deur achter me. De laatste doos met boeken over de verruwing van het Noord-Amerikaanse literaire landschap tijdens het interbellum was net door Leo de vrachtwagen ingeschoven en als een volgelopen Tetris-scherm zat heel mijn volwassen leven gepropt in een wagen die maandag weer gebruikt zou worden voor het vervoeren van constructiematerialen.
‘Eduard, mon ami, ik ga je missen,’ zei ik tegen mijn Amsterdamse kameraad, de enige uit mijn drie zware jaren in de hoofdstad. ‘Afscheid nemen doe ik liever niet, maar soms is het de enige optie als de door het leven gedeelde kaarten dusdanig tegenvallen dat opnieuw schudden de enige denkbare mogelijkheid op positieve progressie is.’
‘Ach Durk-Jan,’ antwoordde Eduard, ‘wat is 160 kilometer anno 2014 nog? We houden gewoon online contact en je komt eens in de zoveel tijd fijn een weekendje langs. Luchtbedje mee, flesje whiskey; we maken er wel wat van.’
‘Dat klinkt mij als muziek in de oren,’ zei ik. ‘Laten we dan ook onze tapasbar met een bezoekje vereren, for old times’ sake.’
‘Tapas? Wat is dat dan?’ zei Leo die met een sjekkie in z’n mondhoek bij ons op de stoep was komen staan na het sluiten van de achterklep. ‘Is dat van dat wijvenbier?’
‘Nee, tapas zijn Spaanse aperitiefhapjes,’ antwoordde Eduard bijzonder geduldig alsof er nog een wasmachine naar beneden getild moest worden. ‘Je nuttigt dat bij een biertje of een wijntje.’
‘Muchos gezellig,’ voegde ik er aan toe.
‘Spaanse hapjes? Wat is er mis met Hollandse bitterballen?’ riep Leo en hij schoot zijn half opgebrande sjekkie de tramrails op. ‘Kom Christopher Columbus, we gaan scheuren. Heb nog meer te doen vandaag.’



Wie is Harm de Kleine?

Harm zit in de media. Harm zit in de muziek. Harm houdt van grappige grapjes waar je om kunt lachen. Harm kijkt graag naar de Rijdende Rechter. Harm koopt zelf zijn sjaals, want ook dat is Harm. Harm kon vroeger heel goed voetballen. Harm heeft later een eigen comedyserie op televisie. Harm zal ooit te gast zijn bij De Wereld Draait Door. Want Harm wordt beroemd. Al zal hij dat zelf zo niet zeggen. (JE) Volg Harm op Twitter →
Standard