Verhaal #422 • Afgesproken thema: Tapasbar

De glorie van Café Tante Pé

Kratten stapelen was op onze camping verboden, terwijl dat op Terschelling bijna aangemoedigd werd. Vlieland was nou eenmaal een beetje anders. We accepteerden het en brachten de kratten maar direct terug als ze op waren.

Op het eiland waren drie uitgaansgelegenheden. De Zeevaert, een gezellig bruincafé met klein dansgedeelte, De Oude Stoep, een grote discotheek en Tante Pé, een klassiek biercafé. De vrouwen in De Zeevaert waren te oud voor ons en, op wat dronken avontuurtjes na, voelden we ons te volwassen voor De Oude Stoep.

Het kan ook zijn dat we gewoon niet durfden.

Vandaar dat we in de Tante Pé belandden. Er was een kale barman, die ons al snel herkende als naïeve, goedbetalende klanten en ons met gepaste hartelijkheid verwelkomde. Om bij zijn donkerbruin uitgevoerde bar te komen moest je een vrij steile, grofbehaarde trap op, maar je kon dan wel direct in de bar gaan zitten. Er waren uitsparingen ingebouwd, waardoor je in de lengte van de bar keek. Met een pul bier en de gratis beschikbare doppinda’s had je zo een prima recept voor ‘lallerlij’.

Ik leerde er whiskey drinken van een Eilander en zong mee met De Vondeling Van Ameland, een lied dat ook bij dit Waddeneiland paste.

Ik leerde er flirten met vrouwen van veertig en daarboven. Een onschuldige maar informatieve bezigheid, omdat ze makkelijker lieten zien wat ze leuk of grappig aan mij vonden dan meisjes van mijn leeftijd.

Ik leerde er ongefundeerd onzin te spuien.

Ik viel er van de trap, kwam er later achter dat dat een enorme schaafwond had opgeleverd, besmeerde de wond op aanraden van een vriend met tandpasta en lag de volgende ochtend in een witte cocon, vroeger mijn slaapzak.

Ik raakte gehecht aan de barman, om later te ontdekken dat ik voor hem niets anders was dan een portemonnee.

Ik zette mijn spreekwoordelijke eerste stapjes op de pooltafel en ontdekte zo ook dat iets recht kan lijken vaak helemaal de verkeerde kant op gaat.

Ik dronk teveel en wist toch altijd weer thuis te komen.

Kortom, ik werd er een stukje ouder. Tante Pé was voor mij het beste café van Nederland. Ook omdat er altijd een einde aan kwam, na een mooie zomer. De eindigheid ervan is wat het mooi maakt. Zoals het leven, zou je met slecht gevoel voor dramatiek kunnen zeggen.

De laatste keer dat ik bij Tante Pé over de vloer kwam was de eerste avond van een volgende zomer. We waren met z’n vieren en hadden de tent opgezet. Even een lekker pilsje halen dus. Bij aankomst stonden er hippe oranje tafeltjes voor de deur. Een grofhouten pilaar verkondigde groots dat ‘Tapasbar Tante Pé’ de ‘leukste tapasbar op de Wadden’ was. We liepen, hoewel we beter wisten, toch naar binnen. Daar zagen we diverse tierelantijntjes waar de bierposters hadden gehangen, tafeltjes waar de pooltafel had gestaan, gedroogde worsten waar het dartbord hing en een luxe menu in plaats van de bierkaart. Verslagen gingen we zitten. We bestelden toch een biertje. Voor het gevoel.

De barman kwam een bakje olijven brengen.



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard