Verhaal #421 • Afgesproken thema: Tapasbar

Ja, nou prima

En wat voor werk doe jij?’, vraagt hij nadat hij een ontiegelijk lang en saai verhaal heeft verteld over zijn functie als stafmedewerker bij de gemeente, zijn dodelijk saaie studie en zijn gesprek met zijn directrice. ‘Ik ben journalist’, vertel ik met mijn mond vol. ‘Leuk. Nou ja, prima. Mijn ex was ook journalist.’

Nou ja, prima. Het is inmiddels de tachtigste keer dat ik hem dat hoor zeggen. Niet dat ik het geteld heb, maar ik denk dat ik met tachtig redelijk in de buurt kom. Een half uur geleden ontmoetten we elkaar, nadat hij twee uur eerder via Tinder had gevraagd of ik zin had om samen te lunchen. Hij zag er op zijn profielfoto goed uit: mooie volle lippen en prachtige blauwe ogen.
Ik zei ja en we spraken om één uur af bij een lunchroom in de stad.
Ach, waarom ook niet, dacht ik toen. Nu weet ik waarom niet.
Zijn profielfoto bleek een gelukstreffer. Tegenover me zit een zoutzak met vieze, vlezige lippen. Zijn prachtige blauwe ogen blijken suffe kijkers achter een dikke jampotglazenbril.
Het beetje haar dat hij had op de foto, lijkt als sneeuw voor de zon verdwenen. Als hij niet praat, hangt zijn mond losjes open. Als hij wel praat, moet ik me inhouden niet te geeuwen. Ik verveel me kapot.

‘Zo, dan zal de wasmachine dadelijk wel klaar zijn als ik thuis kom’, zegt hij. Ik kijk gebiologeerd naar het stukje sla tussen zijn tanden en doe net alsof ik zijn tekst over de wasmachine niet gehoord heb. Wat zou ik moeten antwoorden? Of hij de was ophangt of juist in de droger doet?
Ik hoor de vrouw naast me in de lach schieten. Ze luistert mee. Ik kijk haar aan en zie de medelijdende blik in haar ogen. Ze knipoogt naar me. ‘Er komt een eind aan’, lijkt ze te willen zeggen. Ik weet dat ze gelijk heeft, maar vraag me af hoe lang het duurt. In een razend tempo prop ik mijn broodje met geitenkaas naar binnen en giet ik mijn koffie achterover. Stom… nu zit ik nog minstens een kwartier toe te kijken hoe hij heel zorgvuldig zijn salade wegkauwt.

‘Waarom koos je eigenlijk voor geitenkaas?’, vraagt hij. ‘Omdat je het lekker vindt, of omdat je vegetariër bent?’ Ik antwoord dat ik het gewoon lekker vind en hij stelt me gerust dat het hem niets had uitgemaakt als ik vegetariër was geweest. ‘Mijn ex was ook vegetariër’, vertrouwt hij me toe. Ik stel me voor hoe zijn ex na hun eerste zoen bedenkt dat een kus van díe lippen genoeg vlees is en dat ze daarom vegatariër is geworden. Ik moet zowaar een beetje grinniken. Hij hoort het niet. Hij praat alweer verder over zijn muzieksmaak die, hoe verrassend, heel breed is.
‘Ik luister alles. Klassiek, jazz, blues, rock, noem maar op. Behalve dance. Dat vind ik verschrikkelijk.’ Ik vertel hem dat ik binnenkort naar een dancefeest ga en ineens lijkt zijn eigen mening, net als zijn haar, plotsklaps verdwenen. ‘Oh leuk!’, roept hij uit. ‘Nou ja, prima. Dancefeesten zijn inderdaad best leuk.’
Een uur nadat ik van huis ben vertrokken zit ik weer op mijn bank. Ik gooi Tinder van mijn telefoon en bel mijn vriendin. ‘Hoe is het?’, vraagt ze. ‘Ja, nóu prima. Maar ik heb net een vreselijk saaie date gehad. Wat ben ik blij dat we niet in een tapasbar hebben afgesproken.’



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard