Paul de Leeuw

Andere tijden

Ze staat op en trekt haar rokje recht. Ik klap mijn notitieblok dicht en reik naar de kop koffie die op het tafeltje voor ons staat. Het is zeven uur ’s avonds en buiten is het al goed donker. Volgende week gaat de klok een uur naar achteren.

‘Wat ga je doen?’ vraag ik. ‘We zitten net.’
‘Even een paar waxinelichtjes halen. Ik kan het op z’n minst proberen gezellig te maken.’
‘Moet ik ‘m op pauze zetten?’
‘Nee hoor, kijk maar lekker door. Jij wilt research doen, ik ben niet bang iets te missen of zo.’
Ze loopt weg en ik zie hoe Paul de Leeuw, verkleed als alter ego Bob de Rooij, zijn vaste pianist Cor Bakker uitscheldt voor homo. Het jaren 90 publiek met typische jaren 90 truien en jaren 90 kapsels schatert. Mijn hoofdpersoon, laten we hem Frank noemen, zou dit ook hilarisch vinden, vermoed ik.
‘Zo,’ zegt ze bij het neerzetten van de kaarsjes. ‘Dat is beter. Is je boek al af?’
Ik lach en pak mijn notitieblok. “Frank leeft in het verleden omdat hij de toekomst niet kan controleren,” schrijf ik op.
‘Weet je,’ zegt ze, ‘Paul de Leeuw mocht ik vroeger nooit kijken van mijn ouders.’
‘Waarom niet?’
‘Vonden ze te grof. Hij vloekte te vaak en tegen dat geschreeuw konden ze ook niet.’
‘Ha, ik snap precies wat je bedoelt. Ik mocht vroeger niet naar de VPRO kijken. Kan me daar nu niks meer bij voorstellen. Zo erg was het eigenlijk helemaal niet.’
Ondertussen praat Paul over de millenniumbug met iemand die toentertijd ongetwijfeld een bekende Nederlander was. Het hoofd komt mij enigszins bekend voor, maar ik kan er geen naam bij plaatsen. Was er maar een app die je voor de televisie kunt houden en die dan na tien seconden vertelt naar wie je zit te luisteren. Ongetwijfeld zit iemand die nu te ontwikkelen op een zolderkamertje. Slechts een kwestie van tijd tot-ie te downloaden is.
‘Waarom lijkt het alsof vroeger alles simpeler was?’ vraagt ze.
‘Ik denk omdat je weet hoe het afloopt,’ antwoord ik. ‘Veel problemen en angsten lijken op het moment zelf heel erg omdat de vreselijkste scenario’s nog tot de mogelijkheden horen. Maar als je weet hoe het afloopt, en dat is toch wel heel vaak met een sisser, dan is die angst minder aanwezig.’
‘Dit klinkt een beetje vaag, schrijvertje.’
‘Oké, voorbeeldje: over tien jaar kijken we op terug op deze dagen en denken we waarschijnlijk dat het allemaal eigenlijk wel meeviel. Dat terwijl het nu best een angstige tijd is. Ik kan ebola krijgen of morgen omkomen bij een terroristische aanslag in het centrum. Daar kan ik best van wakker liggen.’
‘Aha,’ zegt ze en met een handige beweging vouwt ze haar benen in de kleermakerszit. Mijn oude gewrichten kunnen dat al lang niet meer aan, maar het is nog altijd een van haar favoriete zithoudingen op de bank.
‘En gaat je boek ook over dat soort gezellige dingen?’ vraagt ze.
‘Neuh, dat gaat over een Paul de Leeuw imitator met smetvrees en zijn zoektocht naar innerlijke bevrediging.’
‘Ja ja.’
‘Ik weet alleen nog niet hoe het afloopt. Maar daar heb ik vast nog alle tijd voor.’

Standaard