Nasynchronisatie

Tegendraads talent

Je bent te laat Loes. Alweer.’ Herman kijkt me boos aan. Hij staat me zelfs al op de wachten bij de ingang. ‘Verander dit, want het gaat consequenties hebben.’ Ik voel dat ik een kleur krijg, knik naar hem en schurk me langs de deurstijl het kantoor binnen. In gedachten geef ik mijn dochter de schuld.

Steffe is van een lief meisje veranderd in een lui en tegendraads kind. Peuterpuberteit noemen ze dat. Alleen heeft Steffe díe puberteit al twee jaar achter de rug en die was anders. Toen werd ze driftig en zei ze op alles ‘nee’. Nu luistert ze gewoon helemaal niet meer en kijkt ze me vaak alleen maar schaapachtig aan.
Vanmorgen vertikte ze het wederom haar bed uit te komen. Ik had haar al drie keer geroepen en toen ik de vierde keer een flinke ruk aan haar dekbed gaf, stond ze eindelijk op. Meteen had ik spijt van die ruk, want het kwam een tikkeltje agressief over en dat haatte ik.
Mijn werkplek is een rotzooi. Ik zie Herman afkeurend naar de troep kijken, maar hij zegt er niets over. Anders moet hij ook iets van de rommel op het bureau van Marian – alias Dikke Tieten Blonde Stoot – zeggen en dát wil hij dan weer niet.
Terwijl mijn computer haperend opstart doe ik alsof ik me verdiep in een dossier. ‘Ze is een dromer’, sust Harold me altijd als hij aan me ziet dat mijn bloed begint te koken. ‘Met een dromer is niets mis.’
Dat ben ik met hem eens, maar een in een kleurplaat verzonken dromer wordt leuker als ze gewoon luistert naar haar moeder.

De zoekopdracht ‘opvoeding’ geeft in Google ruim 13 miljoen resultaten. ‘Slechte opvoeding’ slechts 438.000. Dat lucht stiekem een beetje op.
Mijn collega’s kijken op van hun werk als ze mijn zucht horen, maar ze richten zich meteen weer op wat ze aan het doen waren. Ik zucht nogmaals, maar nu zonder geluid.
De werkdag is saai en duurt lang. De wetenschap dat ik vanavond onze belastingaangifte moet doen, maakt het er niet beter op.
De belastingaangifte is een pittige dit keer; we zijn verhuisd en Harold is van baan gewisseld. Steffe heb ik voor de tv gezet, zodat zij even zoet is en ik ongestoord kan werken.
Ik schrik op door de gierende uithalen van mijn huilende dochter. Ze staat naast me met natte wangen en tranen in haar grijsgroene ogen. ‘Mama’, snikt ze. ‘Ik snap niet wat die kinderen op de televisie zeggen. Hun lippen bewegen zo gek.’
Verdwaasd staar ik mijn dochter aan. Het kwartje valt. Het laatste puzzelstukje zat ergens verstopt in de dubbele bodem van de doos, maar nu heb ik hem. Ik kijk naar de tv en tranen vullen nu ook mijn ogen. Op het scherm speelt een Deense nagesynchroniseerde kinderserie. Mijn dochter blijkt een fantastische liplezer te zijn, maar niet in een andere taal.

Standaard