Turkse schoonmaakster

Isis, het nageslacht van een alcoholistische moslim

Knoflook zorgt voor slapeloze nachten. Rabia houdt er van, maar vaak wordt ze wakker met een droge mond en dan moet ze veel water drinken en nog een keer haar tanden poetsen om de vieze smaak weg te krijgen.

Dat ze nu de halve nacht wakker ligt, komt niet door de knoflook.
Dat mensen discrimineren wist ze al lang, maar ze heeft het zich nooit persoonlijk aangetrokken. Ze heeft er ook nooit naar geleefd. Ze draagt gewoon een ‘kopvod’ en lacht schamper als iemand haar hoofddoek ook serieus zo noemt. Als ze wordt nageroepen op straat, staat ze daar boven. ‘Die mensen weten niet beter’, zei haar moeder altijd en daar is ze het mee eens. Ze leert het haar eigen dochter ook.
‘Laten we maar terug verhuizen naar Turkije’, zei haar man Mehmet gisteren, maar dat vertikt ze.
De herinneringen aan haar vaderland zijn overwegend negatief. Die aan haar vader zélf ook trouwens. Hij sloeg haar, en hij sloeg haar moeder nog harder. Vooral als hij dronken was. In Rabia’s geheugen was hij dat altijd. Maar dat mocht niemand weten. Alcohol was verboden. Behalve binnen de muren van het huis van familie Aslan, naast het theehuisje van haar vader.
De nacht dat haar moeder haar mee nam naar Nederland, veranderde haar leven.
Geen klappen meer, geen ruzie en geschreeuw meer. Mama poetste bij mensen thuis en Rabia ging naar school. Ze haalde goede cijfers, maar verder studeren ging niet. Daar was geen geld voor. Na de havo ging ze aan de slag bij hetzelfde schoonmaakbedrijf als haar moeder, maar toen bleek dat ze zelf maar weinig van het uurloon over hield, besloot ze voor zichzelf te beginnen. Veel van de adresjes waar ze al poetste gingen met haar mee, want ze mochten haar graag en vertrouwden haar.

Na het Polenmeldpunt van Geert Wilders kreeg ze er zelfs een aantal adresjes bij. Polen moesten het veld ruimen, want dat was schorem.
Maar de IS heeft alles veranderd. Dat haar dochter van 8 Isis heet, werkt niet mee. Het altijd zo gulle vertrouwen is weggevaagd. Er waren slechts een paar onthoofdingen voor nodig.

‘Het is de crisis, we kunnen je niet langer betalen’, had meneer Ten Goede gezegd. Het was het laatste adresje dat ze nog had. Veel van haar andere werkgevers hadden in rap tempo toch weer een Poolse aangenomen.
De crisis. Natuurlijk was het niet de crisis. Die begon juist weer uit het slop te raken. Dat Rabia moslima is, maakt haar niet dom. En al helemaal geen terrorist.

Als ze na het tanden poetsen weer in bed kruipt, wordt haar man wakker. ‘Wat is er schat, lig je te piekeren?’, vraagt hij. Ze knikt, murmelt wat en kruipt dicht tegen hem aan. ‘Het komt wel goed’, zegt hij midden in een gaap. Grinnikend voegt hij er aan toe: ‘Behalve als je zoveel knoflook blijft eten. Met deze lucht kom je nooit meer aan werk.’

Standaard