Verhaal #397 • Afgesproken thema: Turkse schoonmaakster

Reuzenolifant

Vlak voordat Theo Snelbinder de kluis dicht wilde doen, voelde hij een hand op zijn bil. Een ogenblik schrok hij, glimlachte toen en draaide zich om. Terwijl zij langzaam achteruit liep, gebaarde zij dat hij haar moest volgen naar de stoel. Daarop vlijde ze zich languit neer.

‘Kom hier met die pik,’ zei ze. Ze stak haar met doorzichtig latex omhulde wijsvinger in de geringe ruimte tussen haar wang en haar donkerblauwe hoofddoek.
‘Hiero,’ zei ze en bewoog de vinger heen en weer.
Theo Snelbinder verbaasde zich over haar tongval en nog iets meer over haar voorstel, maar hij deed wat hem geboden werd. Hij keek naar de plek waar hij in de middagpauze haar telefoon had zien zitten, maar waar nu in plaats van onverstaanbaar gekwetter enkel het geluid van zijn tegen haar wang glijdende penis te horen was. Hij genoot. Misschien meer van het geluid dan van het gevoel, maar hij genoot. Intussen had hij met een aantal vingers haar rok omhoog en haar onderbroek opzij weten te schuiven. Ze zuchtte diep en gromde. Toen hoorde ze eindelijk gestommel uit de wachtruimte.
‘Fuck, de schoonmaakster!’ fluisterde ze dringend en kwam overeind uit de stoel die ver naar achter gekanteld was.
‘ Ja, fuck de schoonmaakster,’ hijgde Theo Snelbinder, die dacht dat zij het spel wilde meespelen. Dat ze mee wilde dansen in de pas-de-deux van tandarts en schoonmaakster.
‘Nee, Theo. Op de gang, de schoonmaakster is er.’
Theo Snelbinder had zoals elke woensdag zijn receptioniste alle afspraken van na vijf uur laten verzetten, maar dit avontuur met de assistente had hij niet voorzien. Snel borg hij zijn gereedschap op, vlak nadat hij zijn pik weer in zijn broek had gepropt. Hij wilde wel dat er goed schoongemaakt werd. Hij wees naar een mondkapje en een aantal spoelbekertjes die op de grond waren gevallen.
‘Ruim jij die even op?’ zei hij tegen zijn assistente.
Zelf legde Theo Snelbinder zijn boor weg. Terwijl hij voor de kast stond, hoorde hij hoe zijn assistente een bekertje vulde met water.
‘Hier, drink even wat. Je ruikt naar kut uit je mond.’
Theo Snelbinder dronk het bekertje leeg. Op het moment dat hij besefte dat hij zijn assistente helemaal niet gebeft had, werd hij licht in zijn hoofd. In horizontale positie zag hij nog wel dat de deur naar zijn praktijk openging, en hoe zijn assistente een vreemde man begroette.

Theo Snelbinder wandelt door het Land van Koek en Ei. Heel even moet hij zijn weg vinden. Hij kijkt om zich heen, op zoek naar zijn gezin. Of nee, eigenlijk kijkt hij of ze er niet zijn. Zijn overspelige vrouw. Zijn verslaafde zoon, zijn te makkelijke dochter. Allemaal afwezig. Geen bruggen, nergens cariës. Theo merkt dat hij huppelt. Hij huppelt door een landschap van vrolijke dieren. Ze dansen rond een plas water, ze spetteren hem nat. Hij lacht zijn tanden bloot, hij danst dierlijk mee. Hij danst tot hij niet meer kan. Even verderop laat hij zich uitgeput zakken tegen een boom. Net als hij bijna wegdut, ziet hij twee reuzenolifanten uit de groep op hem af komen, gekleed in grote gewaden. Ze wapperen met hun onder katoen verborgen oren, alleen hun slurf komt eronder uit. Ze buigen zich over hem heen, ze lijken te lachen. Dan geeft een van de olifanten hem een klap met zijn slurf. ‘Ik ben geen lastdier,’ roept hij luid.

Vanaf de grond kijkt Theo Snelbinder naar de illustratie in de lijst aan de muur. Twee reuzenolifanten, waarvan de slagtanden worden gepoetst door twee mannetjes in blauwe overalls met reuzentandenborstels. Het hangt scheef. Dan ziet hij dat de hele praktijk in puin ligt. Hij wil opstaan, naar de kluis lopen. Maar zijn handen zijn gebonden. Hij schreeuwt, maar zijn lippen zijn bezet door duct tape. Dan ziet hij langzaam een in blauw katoen gehulde stalen buis boven zijn hoofd verschijnen.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard