Daklozenkrant

Horres en Van Dam in: De Kille KatanaKiller

Ik vind het echt enorm cliché dat we deze lijken in een steegje vinden.’
Horres bekeek zijn duidelijk geïrriteerde partner eens goed. Een druppel zweet hing aan het puntje van Van Dams neus en z’n haar hing als nat gras voor z’n ogen. Hij kneep z’n ogen stijf dicht.
‘Ik bedoel, waarom kan dit nou niet eens op een lekker terrasje gebeuren? Dat we het resultaat van een of andere morbide schietpartij onder het genot van een lekker fris pilsje kunnen onderzoeken. Pootjes omhoog, misschien een sigaartje erbij, want waarom ook niet, en dan kijken we dan wel verder. Maar nee, die vuile zwervers-’
‘-zwervers, Van Dam?’
Verstoord keek Van Dam op.
‘Ja, dat zie je toch?’ Van Dam wees naar een van de lijken. ‘Kijk dan! Een daklozenkrant onder de arm? En daar, een hele stapel van die dingen! Hoe duidelijk wil je het hebben?’
‘Oh, eh, ja’, stamelde Horres.
‘Maar nee, de heren vonden het nodig hun Kill Bill-achtige situatie uit te voeren in een donker, vochtig steegje waar het kwik de veertig graden haalt dankzij een vernuftig systeem van ventilatieschachten en ongeïsoleerde verwarmingsbuizen.’
Van Dam haalde even adem en stootte toen zijn conclusie uit, zuchtend onder de hitte: ‘Het is niet alleen cliché, het is beledigend voor ons vak.’

Horres boog zich naar het lichaam waar het hoofd nog aan zat. Een katana stak in de borst van een dikke man, waarbij het vale t-shirt dat hij aanhad helemaal doormidden was gescheurd. Hij duwde met zijn voet tegen de rechterhand, die als een tak terugzwenkte naar zijn oude positie.
‘Die zijn al even dood’, mompelde Horres.
‘Ik weet serieus een hartstikke leuk cafeetje, hier even om de hoek. Laten we daar even gaan zitten, Horres. Deze gasten blijven hier nog wel even liggen. Kom, pakken we een pilsje. Lekker.’
Horres stapte over het lichaam naar Van Dam toe en pakte hem in het voorbijgaan bij de schouder. ‘Waarom ook niet’, sprak hij berustend, terwijl hij Van Dam omdraaide en hem met zich mee duwde.

Terwijl Van Dam Eye of the Tiger inzette zonder de schermen met tekst nodig te hebben, keek Horres eens op zijn horloge. Vier uur. Het was nu geen moeite meer om naar bed te gaan. Hij bestelde nog een biertje bij de barvrouw van karaokecafé The End en draaide zich naar een hoog uithalende Van Dam. Applaus viel hem ten deel, waarna hij zich weer aan de bar meldde. Een druppel zweet viel van zijn neus in het bier van Horres.
‘Weet je wat ik niet snap, Van Dam?’
‘Waarom twee zwervers met één katana elkaar afmaken in een donker steegje?’
‘Ja, dat ongeveer.’
‘Ik denk dat we er sterk rekening mee moeten houden dat er een derde persoon in het spel is, Horres. Iemand die het geleur met die daklozenkranten helemaal zat was en besloot er een einde aan te maken. Ik vermoed dat onze dader gewacht heeft tot de zwerver bij de Albert Heijn vandaan liep, hem is gaan volgen en in het steegje de katana onder zijn lange jas vandaan haalde. Het was zo voorbij, maar hij had de pech dat er net een andere zwerver aan kwam lopen. Toen moest die ook dood. Waarschijnlijk is hij toen in paniek weggevlucht, vandaar die voetsporen in het bloed die jij nog niet gezien had. Achteraf gezien toch niet zo’n clichémoordpartij als dat ik dacht hè? Oh, we zijn weer Horres! Ons liedje! When You Say Nothing At All!’

Lees de eerdere avonturen van Horres en Van Dam:

De Dode Wodkaliefhebber
– Vuile Spelletjes
Het Regent
Met Voorbedachten Rade
Het Witte Goud

Standaard