Verhaal #377 • Afgesproken thema: Vrouwen onder elkaar

Het grote onrecht van de vrouwelijke blaas

Ik moet plassen.”
Lachend kijk ik opzij. Een volle blaas is niet iets dat mijn vriendin voelt aankomen – het is iets dat haar overkomt. Als een meeuw die op je nette blouse poept, zo ontdekt zij dat ze naar het toilet moet. Ze kijkt er altijd een beetje zielig bij, alsof ze zich afvraagt waarom dit grote onrecht haar nu moet overkomen. Geschokt en verontwaardigd dat zij het slachtoffer is van deze terreuraanslag.

Maanden voordat we met de auto naar Frankrijk zouden gaan plaagde ik haar al met het moment dat nu is aangebroken. We rijden namelijk net weg van onze eerste stop, een tankstation in België. Ik had zelfs net nog gevraagd of ze niet naar het toilet moest. Nee, zei ze. En nu zit ze daar, met het begin van een pruillip en een verdrietig-melancholieke blik in haar ogen. De blaas op knappen. Schuddend van het lachen draai ik de eerstvolgende afslag af en laat haar plassen bij een McDonald’s. We houden er een cheeseburger aan over.

Pas als we op de camping arriveren hoeft ze weer te plassen. Al lijkt het erop dat ze het al een tijdje ophield, aan de sprint naar het toilet te zien. Vijf minuten later sta ik met een rol toiletpapier in het damestoilet, blij dat we daar vooraf wél aan gedacht hebben. Giechelend pakt ze de rol onder de deur door aan.

Samen met haar ouders lopen we door Saint-Brieuc in Bretagne. De dames zijn druk aan het shoppen, ik en haar vader wandelen er rustig achteraan, genietend van de zon en onze kirrende meisjes. Een gelukkige vrouw is een gelukkig huishouden, zei een wijs man ooit.
We kijken naar de inventaris van een juwelier, terwijl verderop vijf verschillende zomerjurkjes worden gepast. Even later komen ze zonder plastic tas aanlopen.

“We moeten plassen”, wordt er aangekondigd. Ze kijken er verheugd bij. Vrouwen die samen naar het toilet kunnen zijn daar opeens niet verdrietig meer over. Het delen van hun misère doet zoveel goeds dat het opeens geen misère meer is. Een vreemd fenomeen, voor mannen.
Wederom biedt een McDonald’s uitkomst. Arm in arm lopen de dames naar het toilet, waar ze acht minuten later weer uit komen. We houden er een McFlurry aan over.

Het ‘kasteel’ van Quintin lijkt meer op een uit de kluiten gewassen vakantiehuis dan op een middeleeuws bastion. Maar goed, de middenstand in Quintin moet ook wat en wij zijn de beroerdsten niet. Nooit geweest overigens. Vanaf de bovenste verdieping hebben we een mooi uitzicht over het zacht glooiende landschap. Een sperwer draait zijn rondjes over de velden. Ik druk m’n meisje tegen me aan en fluister dat ik van haar houd. Blij kijkt ze omhoog.
“Ik moet plassen.”



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard