Verhaal #2 • Afgesproken thema: Fobie

Hij blijft bij mij

Ze zei dat ik mijn ogen dicht moest doen. Dat zou helpen en dan zou ik de onrust beter voelen. Dat zou even vervelend zijn, maar je kunt er pas iets aan doen als je het daadwerkelijk voelt. Als je weet waar het vandaan komt, als je precies weet waar het zit.

Ik deed mijn ogen dicht en probeerde te voelen. Kwam de onrust uit de puntjes van mijn tenen? Of kwam het uit mijn buik? Uit mijn armen, of uit mijn benen? Ik zei dat het kwam door mijn hoofd, mijn hersens. Ze wilden maar niet stil zijn. Malen, malen, malen, daar waren ze de hele dag druk mee. Maar volgens haar voelde ik het vast nog wel op een andere plek in mijn lichaam, dus sloot ik mijn ogen weer. Ik ging alles af, probeerde alles te voelen. Van onder naar boven.
In mijn kuiten voelde ik een spiertje trillen, bij mijn billen werd ik afgeleid door verschrikkelijke spierpijn, mijn maag rommelde een beetje en aan mijn oor wiebelde een oorbel heen en weer. Ik deed zo hard mogelijk mijn best. Nog nooit had ik geprobeerd mijn knokkels te voelen, of mijn knieën.
Er viel me iets op bij het gebied tussen mijn maag en mijn oren. Ik probeerde mijn longen te voelen, want ademen ging zo raar. Mijn keel was een veel smaller gat dan normaal en op mijn longen lag een steen.
Het was me gelukt, ik had gevoeld waar ik de onrust voelde. Dat was stap één. Nu we wisten waar ik de onrust voelde kon ik me erop concentreren, het wegdenken. Of misschien zelfs wel wegzuchten. Dat moest ik proberen, want stap twee zou wel eens naar kunnen worden zo zei ze.
Stap twee. Ik moest mijn ogen weer dichtdoen en hem op een grens zetten. Heel ver weg, zodat ik hem nog maar net kon zien. Ik weigerde. Ze vroeg me waarom ik het niet kon. Duidelijk was dat ze er helemaal niks van snapte. Want als ik hem zou laten vervagen, als ik hem weg zou laten glippen, precies ver genoeg zodat ik hem niet meer vast kon klampen, wat dan? Dan had ik niemand meer.
Met wie dacht ze dan dat ik hele dagen in bed moest liggen? Wie moest ik dan bellen als mijn computer kuren had of als ik het even niet meer wist? Op welke schouder paste ik dan? En zou er dan ooit nog een keer iemand zo naar me kijken? Van wie moest ik dan aannemen dat alles goed zou komen? Ze zei dat ik het toch even moest proberen. Ik kneep mijn ogen nog eens extra hard dicht en haalde hem naar me toe. Heel dichtbij, fijn bij mij. Waar hij hoort.
Ze vroeg of ik mijn ogen weer open wilde doen, maar ik vond het eigenlijk wel fijn zo. Met mijn ogen dicht was hij bij mij en zei hij dat ik me geen zorgen hoefde te maken, dat hij bij me zou blijven.



Wie is Gastschrijver: Vonne Hendriksen?

Geboren in 1990, wat haar de jongste van het Genootschap maakt, en ook nog eens de enige Haarlemse tussen de Amsterdammers. Vonne schrijft over romantiek, beschadigde zielen, gebroken harten. Zacht en lief, zou je dus denken. Maar pas op, wat deze talentvolle dame schrijft is als een teckel: het lijkt allemaal wel zo schattig, maar er zit pit in. (EV)
Standard