Klittenband

De slimste mens in deze treincoupé

Oké,’ zegt ze, ‘na deze noodzakelijke onderbreking gaan we gewoon weer door met de quiz. Beste kandidaat, wat weet jij van klittenband?’
Hij lacht en stopt de ov-chipkaart weer in z’n broekzak. Ze staan stil, een blauw bordje met Naarden-Bussum aan de andere kant van het raam. Stoptrein, de reis gaat langzaam.

‘Dat is een makkie,’ zegt hij. ‘Daar weet ik toevallig álles van af.’
‘Oja? Is dat zo, fijne kandidaat?’
‘Jazeker. Ik heb je dit nog nooit verteld, maar mijn afstudeerscriptie ging over klittenband.’ Hij beweegt zijn rechterhand boven z’n hoofd van links naar rechts en zegt onderwijl plechtig: ‘De Invloed Van Klittenband Op Het Naoorlogse Nederland En Ander Baanbrekende Hulpstukken In De Kledingindustrie. Goeie titel natuurlijk, dat is het halve werk.’
‘Uiteraard. Cijfer?’
‘Acht-en-een-half. Het hoofdstuk over de mislukte introductie van paperclips als sokophouders, midden jaren ’60 ontstaan in Oxford, was niet volledig genoeg. Ik zat in tijdnood. Anders had ik wel een punt hoger gescoord.’
‘Ach, een acht-en-een-half is toch ook mooi?’
‘Ja, is ook zo. Ik ben er nu ook niet meer rouwig om, hoor’
‘Gelukkig maar. Goed, waar zijn we ook al weer?’
‘Iets na Naarden-Bussum.’
‘Haha, flauw. Waar zijn we in ons spel, De Slimste Mens In Deze Treincoupé?’
‘Je zei dat ik een fijne kandidaat ben.’
‘Oja. Omdat je nu moet vertellen wat je van klittenband weet.’
‘Wist je dat ik mijn afstudeerscriptie over klittenband heb gedaan?’
‘Toe nou!’
‘Oké, oké.’
‘En trouwens, je hebt je studie niet eens afgemaakt.’
‘Details, showmaster, dat zijn enkel details in het groter verhaal dat Mijn Leven heet.’
‘Jaja. Nou, hop: wat weet je van klittenband. Je tijd loopt.’
‘Goed, klittenband. Uitgevonden door een Zwitser. De Mestral was zijn naam, geloof ik. Hij kwam in 1941 op het idee nadat hij zich verbaast had over hoe moeilijk hij klitten uit zijn kleding en uit de vacht van zijn hond kreeg.’
‘Klinkt goed, ga door, kandidaat.’
‘Het ontwikkelen koste onze Zwitser wat moeite, vandaar dat hij pas in 1951 patent kon aanvragen.’
‘Aannemelijk verhaal. Nog meer?’
‘Ja, leuk woordfeitje: hij noemde z’n uitvinding Velcro. In Engeland gebruiken ze dat nog steeds. Weet je waar die naam vandaan komt?’
‘Zeg, wie is hier de kandidaat en wie is hier de showmaster?’
‘Sorry, ik herkende je niet met die snor.’
‘Hij kriebelt ook een beetje en hij valt er steeds bijna af.’
‘Misschien had je ‘m vast moeten zetten met…’
‘Klittenband. Grappig, want daar hebben we het over.’
‘Jij snapt ‘m.’
‘Maar goed, wat is dat woordfeitje, lichtelijk vermoeiende kandidaat?’
‘Oké, onze Zwitserse vriend noemde het dus Velcro. Dat is een samentrekking van de Franse woorden “velours”, wat fluweel betekent, en “crochet”, wat haakje betekent. Grappig, toch?’
‘Enig.’
‘Klittenband is ook leuk gevonden, hoor. Maar met een beetje meer fantasie hadden we het ook fluwaakjesband kunnen noemen. Gemiste kans als je het mij vraagt. Klinkt toch een stukje speelser.’
‘Hoe wéét je dit allemaal?’
‘Scriptie, zei ik toch. Acht-en-een-half.’
‘Even serieus, Hans. Of heb je dit allemaal zojuist verzonnen?’
‘Haha, nee joh. Ik keek zonet even snel op Wikipedia toen je de conducteur je ov-chipkaart gaf.’
‘Hm. Toch was je een fijne kandidaat.’
‘Mag ik nu de snor?’

Standaard