Verhaal #368 • Afgesproken thema: Klittenband

In een klein hoekje

De sleutels vond hij onderin haar tas. Typisch vrouwen, dacht hij. Een enorme tas vol rommel en datgene dat echt nodig is, is niet te vinden. Zo’n tas stikt van de vakjes, maar een apart vakje voor de sleutels? Welnee.

Het was stikdonker in het appartement. De gordijnen had ze al dichtgedaan toen ze naar het restaurant vertrokken, terwijl het nog licht was. Vanavond zou ze bij hem slapen. Hij kwam al jaren in dit appartementje, hij kende het op zijn duimpje. Hij kende haar op zijn duimpje.
Annemees. Met haar prachtige blonde krullen, haar stralende lach en donkergrijze ogen. Ze loenste een beetje, vooral op foto’s als ze recht in de camera probeerde te kijken. Juist als ze recht in de lens keek, loenste ze. Hij vond haar prachtig. Haar lichaam was suikerzoet, maar ook wulps en begeerlijk. Ze was zijn droomvrouw.

Hoe anders zag ze er nu uit. Hij had haar gezien net nadat ze door de auto was geschept. Ongelofelijk, wat was hij geschrokken. Na een bevroren moment was hij naar haar toe gerend. Hij boog over haar heen en schreeuwde om hulp. Volledig in paniek. Omstanders belden tegelijkertijd 112. Dat had hem op de een of andere manier gekalmeerd. Iedereen stond achter hem. De automobilist was uitgestapt en had alleen maar verdwaasd staan kijken. Ook dat deed hem goed. ‘Kijk maar goed wat je gedaan hebt, lul!’, had hij willen schreeuwen. Maar het kwam niet over zijn lippen. Ergens wist hij ook wel dat Annemees zelf uit het niets was overgestoken. En ergens was hij ook een keurige jongen, die zoiets nooit zou roepen.

De dokters hadden hem naar huis gestuurd met de mededeling dat de operatie nog wel uren in beslag zou nemen en dat hij beter even wat spulletjes voor het verblijf kon halen. Een pyjama, zeep, de oplader van haar telefoon misschien. Dat laatste was niet nodig, wist hij. Hij had haar telefoon van straat geraapt. Compleet aan gruzelementen.

Eén momentje van onoplettendheid en ze was van alles kwijt geraakt. Haar telefoon. Haar mooie gezicht. Haar vrijheid. Althans voorlopig. Revalideren zou wel een tijdje gaan duren. Hij dacht ver vooruit. Zoals altijd. Hij wist ook dat de kans aanwezig was dat ze niet meer zou kunnen lopen. Hij had toch verdomme gezien hoe ze er bij lag? Hij had die houding eerder gezien, toen hij als ambulancechauffeur werkte. Die brokkenpiloot had niet meer kunnen lopen.

Hij beefde terwijl hij nog eens na ging wat hij allemaal mee moest nemen. De praktische dingetjes waren zo gepakt. Een pyjama, wat handdoeken, zeep en shampoo. Haar spiegeltje liet hij maar even thuis. Uit de koelkast nam hij wat dingen die konden bederven, zodat hij ze straks in zijn eigen koelkast kon leggen. Als hij het vergat zou het hier gaan stinken.
Hij voelde zich vreemd. Zijn gedachten waren logisch en helder, maar omwikkeld door paniek, chaos en angst. Verder dan een pyjama, handdoek, zeep en shampoo kwam hij niet dus hij ging naar buiten.
Haar sleutels stopte hij in het voorvakje en dat sloot hij af met het daarvoor bestemde stukje klittenband.
Zo. Die zou ze in ieder geval niet kwijtraken.



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard