Verhaal #367 • Afgesproken thema: Klittenband

Bewonderenswaardig bezoek in Ballastrië

Men kent aan mannen die gereisd hebben vaak een zekere geleefdheid toe. Die denkt men te onderscheiden in de lijnen in het gezicht, rondom de ogen. En als het even meezit, heeft de man wapperend, halflang grijs haar en een nonchalante baard in bijpassende tint. De bewonderaar van de geleefde reiziger weet alleen niet dat die geaccentueerde lijnen, waar men zo bij wegkwijnt, enkel voortkomen uit het dichtknijpen van de ogen tegen te fel zonlicht.

Theodor had precies zo’n grijze baard en in iets mindere mate zo’n bewonderaar. De moeder van zijn kinderen, en ze kwam hem hier voor het eerst opzoeken sinds zijn vertrek naar Ballastrië. Hij zou haar van het vliegveld halen en haar alles laten zien.

In de aankomsthal moest hij lang wachten. Haar vliegtuig was vertraagd, hij moest anderhalf uur zien te doden. Gelukkig waren er op dit tijdstip nooit powercuts, die de gezaghebbers de laatste tijd steeds vaker doorvoerde. Het was niet duidelijk of dit noodzakelijk was of om politieke redenen, maar hij was eraan gewend. Je ermee bemoeien had nog nooit iemand iets opgeleverd in dit land. Hij besloot een zakje pinda’s uit een verstoft automaat te halen en op het bankje tegenover de schuifdeuren te wachten.
Als een van de eerste passagiers trok de vrouw waarmee hij technisch gezien nog getrouwd was haar bagage mee de hal in. Theodor stond op en zag dat ze in gesprek was. Naast haar liep een bloedmooie vrouw, met een veel kortere korte broek dan de moeder van zijn kinderen om haar witte benen, die van zacht linnen gemaakt leken. Vast degene naast haar in het vliegtuig, dacht hij. Ze liep mee, tot aan het bankje waar hij zat. Ze werd voorgesteld als vriendin Alice. Ze was mee, maar dat hadden ze niet afgesproken.

‘We willen al je mooiste plekjes zien,’ fluisterde ze in zijn oor, toen hij de moeder van zijn kinderen een vluchtige zoen gaf. Vriendin Alice leek niet zo goed te weten waar ze aan toe was. Ze besloot dat een omhelzing op zijn plaats zou zijn. Daarbij drukte ze haar lijf hard tegen het zijne aan op onbeholpen wijze, het was niet innig bedoeld. Hij glimlachte.
Hij tilde de twee rolkoffers op, liep naar zijn jeep en glimlachte weer.

In zijn jeep moest hij gejammer aanhoren – dat hij nog uit een ver verleden kende – over allerlei praktische, vaderlandse, zaken. Onderwerpen als de magnolia snoeien, katten voeren en het AD uit de brievenbus halen deden zijn linkerooglid trillen. Gelukkig kon hij vriendin Alice bekijken via de achteruitkijkspiegel. Ver was het niet meer naar zijn huis, waar hij haar zou aanraden om zwemgerei aan te trekken.

Onweer echode in de kamer waarin alles tegen elkaar open stond. De vrouwen vonden het ongehoord, dit kwam hier toch niet voor? Snel droegen ze hun over stoelen gehangen bermuda’s en witte onderbroeken naar binnen. Hij wist wel beter. Het noodweer trok uit het gebergte richting de kust, maar zou de zon op haar pad vinden. Het zou oplossen in de stilzwijgende kracht van de warmte. Als ware het een bestorming van het fort zal het leger van de regen, aangevoerd door donder en bliksem, de zon tevergeefs proberen aan te vallen. Hij bleef in zijn stoel zitten, stilzwijgend. Hij zou ze meenemen, richting het platteland.

Vanuit de bergen keek hij naar de zee, die net zo blauw was als haar ogen. Hij keek naar het verschil tussen het droge landschap en het water. Het is de grens tussen mat en glans, dacht hij. Hij keek om naar de vrouwen en zag hetzelfde.

Die avond zaten ze te dineren. Niet bij een van zijn favoriete restaurants zoals hij had voorgenomen, maar op de veranda van zijn huis, enkele meters verwijderd van het strand en een half uur verwijderd van zonsondergang. Er was gepraat over toestanden in beide landen, in jubeltoon en in memoriam. De jaren kwamen voorbij. Toen ze klaar waren met eten, keek hij Vriendin Alice na, die nog even de zee in ging.
‘Is er iets?’ zei de moeder van zijn kinderen.
‘Hoezo?’
‘Gewoon. Je bent zo stil.’
‘Ik geniet van mijn gezelschap.’
‘Ik hou van je.’
Hij draaide zich naar haar om en keek, met zijn getekende ogen dichtgeknepen. Ze wipte op haar tuinstoel. Hij keek naar haar vale bloemenjurk, naar haar sandalen. Klittenband.
Hij besloot dat het tijd was voor een frisse duik, trok zijn blouse over zijn hoofd en galoppeerde richting het glanzende blauw. Morgen zou de zon pas weer fel zijn.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard