Verhaal #362 • Afgesproken thema: Snelwandelen

Laat mij maar zwerven

Ik zit in het pas gemaaide gras naast een fietspad. Het gras is op hopen bijeen geveegd en begint al geel te worden. Voor me langs schieten forenzen op hun hippe fietsen voorbij, op weg naar hun spannende kantoorbaan waar ze op feestjes over opscheppen. Senior Account Managers, en zo. Ze dragen pakken, strakke spijkerbroeken en stoffen pantalons, maar altijd met van die nette, bruine, glanzende schoenen eronder. Ik kijk naar m’n eigen afgetrapte nep-All Stars.

Twee uur later komt er nog slechts sporadisch een zakenman voorbij. Het zijn nu vooral studenten, huismoeders en zonderlinge nietsnutten, zoals ik. Ook veel sporters, maar die vallen altijd wel in één van de eerdergenoemde categorieën. Hardlopen is hip, dat is duidelijk. Ik staar naar de rode, opgeblazen gezichten en ik luister naar het gepuf dat ze uitstoten. Ze werken hard aan hun zwembandjes, of hun billen, of hun buik, of soms aan alles. Op de een of andere manier krijg ik altijd medelijden als ik hele dikke mensen zie sporten. En het gevoel dat ze bij een groep proberen te horen die hen verstoten heeft. Het klotsen van hun vet verafschuwt me. Ik laat mezelf achterover vallen, midden in een hoop drogend gras. Plukjes en pollen schieten alle kanten op. Met het geluid van de late ochtend val ik in slaap.

Ik word wakker van een klein regenbuitje. Terwijl ik omhoog kom en een pilsje opentrek, zie ik twee nordic walkers voorbijkomen. Een paar jaar terug struikelde je over ze, tegenwoordig heb je geluk, of pech, als je er eentje in de week ziet. Ik hef m’n blik Schültenbrau naar ze omhoog, ten teken van aanmoediging. Ze kijken me even vluchtig aan en zetten dan hun blik weer op oneindig. Nog geen knikje. Hun zwembandjes floppen op en neer met de bewegingen van hun stokken. Ze lijken een tikje te versnellen. Ik slobber kwaad aan m’n biertje, expres morsend, zodat het bier over m’n baard naar beneden druipt. Ik ben dan ook niet verbaasd als een paar minuten later een politieauto aan komt rijden. Het gebruikelijke riedeltje. Een waarschuwing, maar ik mag blijven zitten. Zolang ik maar van het bier afblijf, maar dat begrijp ik zelf ook heus wel, daar zijn ze van overtuigd.

Als een tijd later de forenzen weer voorbijschieten besluit ik een eindje te gaan wandelen. Niet te snel. Gemoedelijk, alsof ik alle tijd van de wereld heb. Een hardloper rent met een ruime boog om me heen. Hij haalt z’n neus op, waarschijnlijk omdat er wat snot in z’n neus zit, maar hij had me net zo goed in het gezicht kunnen stompen. Nog geen seconde later schiet er een scooter met twee opgeschoten jongemannen voorbij. Een fluim belandt voor m’n afgetrapte gympen. Gauw stap ik er overheen, m’n pas versnellend.



Wie is Jan Emmens?

Die krullen, altijd weer die krullen. De krullen op het hoofd van geboren Fries Jan Emmens zijn in de Amsterdamse kroegen tegenwoordig minstens zo bekend als de nooit uit de mode rakende hits van André Hazes. Maar pas op, Jan is meer dan die krullen. Soms draagt hij bretels en bij heel speciale gelegenheden zelfs een stropdas. En dat proef je in z’n schrijven, die totale gekte en lak aan stijlregels. Van negen tot vijf hangt Jan de copywriter uit en dan is er ook nog die in de steigers staande comedyserie waar Nederland volgens hem al jaren op wacht. (HdK) Volg Jan op Twitter →
Standard