Belofte

Zoenen in een wolkbreuk

Zou je ooit met me willen trouwen?
De vraag kwam er gevoelig en tegelijk onhandig uit. Ze waren een eind gaan fietsen. Het was mooi weer en toen ze moe werden hadden ze de stoute schoenen aangetrokken en waren ze een weiland ingestapt. Ze lag met haar hoofd op zijn borst, met een arm en een been over hem heen. Hij had z’n ene arm om haar heen en de andere onder z’n hoofd. Ze waren gelukkig.

Tot die vraag.

Het bleef even stil. Te lang, als je het hem vroeg.
“Ooit wel”, zei ze.
Hij glimlachte. Typisch. Toen hij laatst vroeg of ze zin had in een ontbijtje op bed zei ze dat ze daar even over na moest denken.
“En waarom niet nu dan, bijvoorbeeld?”
“Nou lig ik in het veld met jou.”
Ze draaide een beetje en gaf een heel zacht duwtje met haar lichaam. Een beweging die wou zeggen ‘ik hou van je’, maar ook ‘begin maar over iets anders’.

Een wolkje dreef tussen hen en de zon langs.

“Hoeveel kinderen wil je later?”
Nu was zij het die de vraag stelde. Ergens in haar stem klonk een trilling door die daar normaal niet zat. Een mix van lichte onzekerheid, spanning en misschien zelfs een beetje enthousiasme. Hij tilde z’n hoofd een beetje op om haar aan te kijken, verwonderd. Zij voelde het en draaide een klein beetje bij om terug te kijken.
“Ik wil wel kinderen, ja.”
“Hoeveel, vroeg ik.”
Hij liet z’n hoofd weer rusten en luisterde naar een in de verte fluitende weidevogel. Hij telde de wolken boven hem. Zes. Zoveel kinderen hoefde hij nou ook weer niet.
“Drie, denk ik. En jij?”
“Zes.”
“Haha!”
“Je telde de wolken ook, hè?”
Hij knikte, waarbij z’n kin over haar kruin wreef. Ze had een brede grijns op haar gezicht.

Natuurlijk telde ze die wolken ook.

“Het gaat regenen.”
Ze hadden de donkere wolken niet zien aankomen. Druk met elkaar. Pas toen het licht veranderde naar het geel-grijze dat voor zware buien uitgaat, kregen ze argwaan. Omhoogkijkend zagen ze het laatste beetje zon verdwijnen achter een gitzwarte massa. Er begonnen dikke druppels te vallen.
“Kom, dan gaan we.”
Ze stonden op en fatsoeneerden hun kleren.
“Ik zou wel met jou willen trouwen, hoor”, zei hij terwijl ze de modder en grassprieten van zijn rug klopte. Ze gaf hem een tik tegen z’n billen en een kus op z’n mond er achteraan.

Ze zoenden in de wolkbreuk.

Standaard