Tussenjas

Ik hang in de kast

Begraaf mij in mijn zomerjas. Dat was de eerste zin die ik schreef in m’n dagboek. Nu twijfel ik over de tweede zin. M’n moeder had ‘m voor me gekocht omdat het zogenaamd goed zou zijn als ik over mijn emoties en gevoelens schreef. Dat krijg je, als je bij een psycholoog loopt, dat iedereen opeens met goede raad komt.

“Misschien moet je eens echt goed huilen. Ik heb nog wel een leuke film die je kan lenen?”
“Je moet gewoon denken dat je nergens last van hebt, dan ben je er ook echt zo van af.”
“Zal ik een blind date voor je regelen?”

Ik ga nog liever dood.

Vandaar die eerste zin. En ook een beetje omdat ik het leven an sich niet meer zo zie zitten, de reden dat ik bij die psycholoog loop. Mooi cirkeltje.

Mijn ‘probleem’ begon op een ochtend in maart. Ik weet niet meer wat voor dag het was, maar nog wel dat ik op de fiets zat naar college. De zon scheen en zweetdruppeltjes parelden op mijn voorhoofd. De winterjas die ik nog aan had was zwaar en warm. Ik kreeg het benauwd. En precies daar, op het moment dat ik wat moeite kreeg met ademen, daar brak het. Gek eigenlijk, dat het daar en om die reden gebeurde. Maar opeens had ik geen zin meer om verder te gaan. Ik stopte, zette m’n fiets neer, deed m’n jas uit en ging op de stoep zitten. Ik verloor de tijd uit het oog, geen idee meer waar ik op dat moment aan dacht. Op een gegeven moment stond ik op en liep ik naar huis. M’n fiets en jas liet ik achter. Toen ik thuiskwam bleek dat ik drie uur weg was geweest. Het was te warm voor een winterjas en te koud voor een zomerjas. Het was mijn dag en daarom werd ik depressief.

Voor mijn vrienden en familie ben ik precies die jas die ik daar nodig had. Dat besef kwam tot me op die bewuste fietsrit. Heel soms is het wel handig als ik er ben, maar echt blij wordt niemand van me. En waarom zou ik dan nog leven? Voor die keer dat het nog niet helemaal gezellig genoeg is op een feestje maar iemand die echt leven in de brouwerij brengt too much zou zijn?

Daarom: begraaf mij maar in mijn zomerjas.

Misschien laat ik het wel bij die ene zin. Dan weten m’n ouders wat ze met me moeten als het zover is. Al zal het nog wel even duren voordat ze me missen. Ze hebben me voorlopig toch niet nodig. Ik hang in de kast.

Standaard