Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen

Blijven zingen

Onderweg, Maarten is tegenwoordig alleen maar onderweg. Voor z’n werk, voor z’n vrienden, voor z’n hobby’s. ‘Je lijkt wel een nomade,’ zei z’n moeder zojuist bezorgd bij het bliksembezoek. Hij had gelachen en de deur van z’n trouwe Peugeot dichtgetrokken.

Het regent en de Tom-Tom leidt de weg naar een werkafspraak in Maastricht. Op de bijrijdersstoel de net opgepikte Tupperwarebakjes. Zachtjes zingt Maarten mee met Hungry Heart, nummer vijf van de Greatest Hits cd. Niet z’n lievelingsliedje van Bruce Springsteen, maar het blijft toch Bruce Springsteen, dus écht slecht is het nooit. Als je het maar vaak genoeg blijft meezingen, dan wordt het vanzelf wel wat.

Opgewekt stuurt hij de auto de snelweg op. Hij is opgewekt omdat hij zichzelf heeft toegesproken dat hij opgewekt moet zijn. Elke ochtend doet hij dat nu. In de spiegel. Je moet door, Maarten. Vooruit, niet achterom kijken. Opgewekt zijn, Maarten. Het leven is mooi. Let’s go!
Het werkt. Net als het half uurtje hardlopen daarna. Pas ’s avonds laat, als de dag geleefd is en het slaapkamerlicht uit is, neemt het gemis weer z’n hele hebben en houden over.

“Misschien heeft ze nog gelijk ook,” zegt Maarten hardop tegen zichzelf want de auto was tegenwoordig altijd leeg op hem zelf na. “Ik bén een nomade. Ik heb eigenlijk geen thuis meer.” Hij zucht en zet snel Bruce Springteen een flinke peut harder. Nu is niet het moment om somber te worden. Hij moet door, vooruit. Niet achterom kijken.
Het autodak trilt en de stem van Maarten komt niet over die van Bruce heen.

Zij was weggegaan. Het was haar beslissing. Koffers gepakt en zijn huis verlaten. Het was een woensdagavond en hij had een werkbespreking ergens in de polder. Het briefje dat bij thuiskomst voor hem op de keukentafel lag te wachten, zit nu tot zestien vierkantjes gevouwen in z’n portemonnee.

De reis gaat sneller dan verwacht. De borden langs de weg vertellen hem dat Maastricht dichtbij is. Volgens de verwachte aankomsttijd op het Tom-Tom schermpje is hij zelfs veel te vroeg.
Dan maar een kop koffie en een gevulde koek.

“Goedemiddag deze middag,” zegt Maarten tegen de serveerster van het wegrestaurant en ze groet hem met een zuinig knikje.
“Wat mag het zijn,” vraagt ze vervolgens zonder het te laten klinken als een vraag.
Hij doet z’n bestelling en neemt plaats aan een tafeltje bij het raam. Keuze genoeg: het is te laat voor lunchen en te vroeg voor diner. Sky Radio op de achtergrond. Een half uurtje geen Springsteen moet hij kunnen volhouden.

Ze schreef dat ze niet meer voelde wat ze ooit voor hem had gevoeld. Er miste wat en ze wist dat het nooit meer terug zou komen.
Daar moet hij het nu al drieëneenhalf jaar mee doen. Geen kans om het tegendeel te bewijzen.

Maarten vist een dubbelgevouwen vijf euro biljet uit z’n portemonnee en wenst de serveerster een prettige voortzetting van de dag. Hij moet weer door.

Het schemert al als Maarten het parkeerterrein van de opdrachtgever afrijdt. De Greatest Hits cd is weer begonnen bij het begin. Hij tikt op het stuur mee met de rollende intro van Born To Run, z’n lievelingsliedje van Bruce Springsteen.
“En nu snel naar huis, wie weet wacht ze op me,” zegt Maarten hardop tegen zichzelf want de auto was tegenwoordig altijd leeg op hem zelf na.
“Let’s go!”

Standaard