Verhaal #344 • Afgesproken thema: Engeland

Octopus in Blackpool

Fish & Chips, cup o’ tea, bad food, worse weather, Mary fucking Poppins: London!’ Mr. Apachelbel sprak overdreven luid mee met de tekst uit Snatch. Er stond hier altijd een film aan.

Apachelbel zat in een bordeaux rode fauteuil. De Dobermann Pinscher die aan zijn voeten lag, was opvallend rustig vergeleken met de vorige keer. Toen had er een nerveus klinkende, voor hem onbekende western opgestaan, wat het gedrag van de hond wellicht verklaarde.
De zestienjarige Alistair McBriefcase was hier voor de vereffening van een rekening. Zijn baas Hirashimo Mikonamura had hem de opdracht gegeven te collecteren wat Apachelbel hem verschuldigd was.
Het was de tweede keer deze week dat hij hier stond, hetzelfde briefje in zijn hand. De eerste keer, op maandagmiddag, had Apachelbel hem een spotgoedkoop nee verkocht. Toen had Alistair – Ali voor intimi – het hele end op zijn mountainbike weer teruggefietst naar het pand waar zijn baas resideerde. Het bericht dat hij vanuit Noordoost Londen mee terug had gebracht kon Mikonamura plezieren noch verrassen.
‘Woensdag ga terug. Zeg hem gebeurt iets met zoon als niets geeft,’ had de Japanner hem toegesist.

‘Wist je dat het in Engeland eigenlijk wel meevalt met het weer?’ zei Apachelbel. ‘In Amsterdam regent het bijvoorbeeld veel vaker.’
‘Nee, meneer Apachelbel. Dat wist ik niet.’
‘Wat wil jij eigenlijk van het leven, jongen?’
Het was een moeilijke vraag.
‘Dat weet ik ook niet.’
Mr. Apachelbel stond op, trok een dolk uit de houten wereldbol die voor hem op tafel stond. Met de botte kant streek hij afwisselend over de palm en de rug van zijn hand.
‘Het is belangrijk om te weten wat je wil, jongen. Ik wist al vroeg wat ik wilde. Een eigen fish & chipszaak aan de kust van Blackpool. Obviously, is die droom niet uitgekomen. Maar het is ook belangrijk om te weten wat je ooit wilde. Hoe oud ben je?’

Met een dreun gooide Apachelbel het mes in de deur.
Alistair zei dat hij eenentwintig was, maar het was duidelijk dat Apachelbel het niet geloofde. Niettemin schonk hij hem een glas whisky in, en daarna ook zichzelf.
‘Weet je wat het is met jullie jonge mensen, Tommy?’
‘Ik heet Alistair, meneer.’
‘Weet je wat het is, jullie zijn zo fucking bijdehand. Iedereen heeft een weerwoord tegenwoordig. Als ik je Tommy noem, dan heet je Tommy. Is dat helder?’
Alistair knikte. Hij vond het niet zo leuk waar dit gesprek heenging, vooral omdat hij daar nog nooit geweest was. Met zijn gezicht naar de muur en zijn rug naar de jongen toe, dronk Mr. Apachelbel zijn glas in eens leeg. Toen draaide hij zich om.
‘Weet jij eigenlijk waar je zou willen sterven, Tommy? Heb je daar weleens over nagedacht?’
Alistair had vaak nagedacht over de dood. Hij kon zich niet voorstellen dat er mensen waren die geen angst voor de dood kenden, hij vond de dood het raarste wat er was. Hij had nooit gedacht dat hij ergens anders zou sterven dan hier. Maar de vraag had zijn kortetermijngeheugen ververst. Hij was hier voor zijn baas.
‘Ik moest doorgeven dat er iets met uw zoon gebeurt als u het geld vandaag niet heeft,’ zei Alistair.
‘Ben jij eigenlijk wel op de plek waar je wilt zijn, Tommy?’
Hij wachtte Alistairs antwoord niet af.
‘Weet je waar ik zou willen zijn,’ zei Apachelbel. ‘Onder de zee, in de tuin van een octopus. In de schaduw.’
Toen liep hij naar de kast en haalde een grote envelop uit een safe.
‘Neem dit mee, vertrek. Doe ermee wat je wilt. Mijn zoon is toch al verloren.’
Verward fietste Alistair weg. Onderweg stelde hij zich voor hoe het zou zijn om de stad te verlaten, om naar een ander land te gaan. Om daar te sterven.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard