Verhaal #338 • Afgesproken thema: De bloemetjes en de bijtjes

Klier

Het gordijn dat voor de openstaande balkondeur hing wapperde en de geur van vers gemaaid gras kwam het huis binnen.

Iris nieste. Ze constateerde dat het veld van het binnenplaatsje achter de flat vanochtend gemaaid was en hoopte dat het snel zou gaan regenen. Vanachter het raam in de woonkamer keek ze neer op alle mensen, zo klein als insecten, die elkaar achterna liepen richting het park.

Maar natuurlijk ging ze mee naar het park. Allergisch was ze binnen ook wel. Huisstofmijt, erg vervelend. Niks aan te doen. Ja, ze had antiallergeen beddengoed gekocht, maar ze wist niet of dat werkte. Misschien ging het zonder wel veel slechter, maar ze had de energie niet om het te testen. Er waren teveel factoren.
Soms twijfelde ze of het wel door haar allergieën kwam. Er waren dagen dat het te makkelijk was om alles daar aan te wijten. Soms dacht ze erover om te doen alsof ze ernstig ziek was. Of beter nog, ze hoopte dan dat het zo’n ziekte werd die je zelf veroorzaakte door er zo erg aan te denken dat je het kreeg. Ze had ooit gelezen dat wie zichzelf kon overtuigen van een ziekte, het lichaam zich daar dan naar ging gedragen. Maar ze had zichzelf nog nooit ergens van overtuigd, dus ook het creëren van haar eigen kanker zag ze somber in. Maar ze ging ervoor. En het belangrijke was, dat ze er rustig onder bleef. Ze onderging haar ziekte. Ja, vandaag had ze kanker. Waar wilde ze het eigenlijk? Iets zeldzaams. Een klier of zo, dat klonk altijd lekker akelig. Lymfeklierkanker. In de lies. Ja, dan hoeven al die scharrels ook niet meer. Ze stond voor de spiegel met gebalde vuisten en haar ogen dicht keihard aan lymfeklierkanker in de lies te denken. Het was nu echt zo, en dan kon je er helemaal niks aan doen dat het zo zwaar was om bijvoorbeeld kleren aan te doen.

In het park was het afzien. Het verbaasde haar niet; waar was het niet afzien? Maartje vertelde over haar succesvolle stage als graphic designer, Femke hield niet op over haar fantastische relatie. Ze hadden nog geen enkele keer ruzie gehad.
Alles was afzien. Maar ja, ze was dan ook ziek. Ze twijfelde of ze het zou vertellen. Ze keek naar een meisje verderop, dat balanceerde op een dik, tussen twee bomen gespannen stuk touw. Er vloog een bij voorbij, terwijl ze een sigaret opstak. Zouden bijen ook kanker kunnen krijgen? dacht Iris. Toen mengde ze zich maar in het gesprek.
‘Wat enorm chill dat het zo goed gaat met jou en – hoe heet-ie – Wouter?’
‘Egbert,’ zei Femke geërgerd.
‘Prima. Hebben jullie al geneukt?’
‘Wat?’
‘Je weet wel. Bloemetjes. Bijtjes. Kruisbestuiving. Je stempeltje vol laten stampen. Dat soort dingen.’
‘Kruisbestuiving is heel wat anders, hoor. Daar komt geen bij bij kijken. Maar als je het echt moet weten: ja. Hij is een geweldige minnaar. Hij luistert echt naar wat ik fijn vind. En die grote handen van hem. Heerlijk. En, oh mijn god, hij heeft een grote lul!’, vervolgde Femke.
‘Ik heb kanker, jongens,’ zei Iris.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard