Verhaal #329 • Afgesproken thema: Ontbijtkoek

Wisten wij veel

Norbert heette het jongetje op de schoot van Saar. “Eigenlijk helemaal geen naam voor een baby,” zei jij met een hap beschuit in je mond.
Subtiel was je nooit geweest.
Je was een collega. En net als familie zoek je die niet uit. Tenzij je hoofd personeelszaken bent, maar die functie ambieerden wij beide niet.
Afijn, jij kwam binnen als stagiaire. Zo’n eentje die dacht dat-ie alles al wist. Zo’n eentje die minachtend keek naar iemand als mij, omdat ik niet veel ouder was dan jou en nu al vast zat in de sleur van het dagelijks leven. Voor jou was ik een oude zak die gestopt was met het om zich heen kijken.
Wist jij veel.

Maar toch, je fascineerde me. Misschien herkende ik wat van mijzelf in jou. Je zei dingen die ik vroeger ook gezegd zou hebben als ik wat meer lef had gehad. Alleen die snor al van je: dat moet je durven, Ferry.
Na je stage kwam je in dienst. Eerst een jaarcontract, maar daarna al gauw een vaste aanstelling. Je leverde goed werk af. Zowel je teamleiders als opdrachtgevers liepen met je weg. Terecht, denk ik. Je was binnen no-time een welkome aanvulling op ons, eerlijk is eerlijk, enigszins vastgeroeste team.
Saar had meteen al een hekel aan je. Arrogant noemde ze je. En niet eens achter je rug, nee, gewoon recht in je gezicht waar iedereen bij stond. In de kantine, het was een vrijdag, we hadden kroketten. Een vervelend en verwend kind dat zijn plaats niet kende, riep ze ook nog.

Ik denk dat mijn haat voor jou vorm begon te krijgen toen we samen op een campagne werden gezet. Haagsma Ontbijtkoek. Vreselijk gore ontbijtkoek. Elk hap bleef kleven aan je gehemelte. Een plak koek was letterlijk een plakkoek.
Maar goed, het is je werk. Je moet alles kunnen verkopen. Zelfs gore ontbijtkoek.
Ik zag het dan ook als een uitdaging. Een kans om te laten zien dat ik mijn vak verstond. Iedereen kan Apple producten aan de man brengen. Haagsma ontbijtkoek, dat is toch andere koek. (Die slogan sneuvelde al in een vroege brainstormsessie.)
Mijn idee was om Saar er bij te betrekken. Dat probeerde ik eigenlijk bij elk project. Vergaderen werd een stuk minder vervelend als ik naar haar kon staren.
Hoe dan ook, jij was tegen. “Saar heeft geen flauw benul van wat andere mensen willen. Ze denkt alleen maar aan haar zelf. Zoals alle vrouwen. Prima, maar val mij er niet mee lastig.”
Daar was ik het dus niet mee eens. Als er iemand op ons reclamebureau mij begreep en wat ik wou in het leven, dan was Saar het wel. Nog voor jouw tijd zaten wij geregeld na werktijd met een wijntje te filosoferen over wat we nu echt willen en wat we echt nodig hebben. Ik zei eens, licht aangeschoten, dat je de meeste energie moet steken in datgene dat je niet kan achterlaten wanneer je onverhoopt zou moeten vluchten. “En wat is dat dan?” vroeg ze. Ik aarzelde even, en zei toen: “De liefde.” Ze lachte en noemde mij een hopeloze romanticus.
Wist ik veel.

Ik moet zeggen dat het mij verbaasde dat je me uitnodigde om bij jou en Saar thuis te komen eten. Zo keek ik niet naar onze relatie. Ik zag ons niet als collega’s die bij elkaar over de vloer kwamen. De werkvloer was vaak al te veel van het goede.
Ik deed het dan ook voor Saar. Ik had haar al zo’n drie maanden niet gezien. In het begin schreef ik nog weleens iets onder een Facebookfoto van baby Norbert, maar meer dan een duimpje leverde dat niks op van haar kant.
Ja, ik miste haar.

Jij deed de deur open en nam de fles rode wijn in ontvangst. “Wil je de tour?” vroeg je, maar ik bedankte beleefd. Het was al lang geen geheim meer dat je mij in salaris was gepasseerd en het laatste waar ik op zat te wachten was materiële bevestiging. Ik vroeg me af of jij het allemaal zou kunnen achterlaten.

Saar was blij me te zien. Dat zei ze, en daarna dat ze een ovenschotel had gemaakt.
We aten, we dronken en jij vertelde over je nieuwe auto.
Ik knikte en keek vooral naar Saar. Ze had alles nu, maar was het ook wat ze ooit wilde?
Stilletjes at ze haar bord leeg. Ze zocht oogcontant met je, maar je beantwoorde haar niet.
Wat ben je toch een lul, Ferry.
We lieten je het bekende verhaal vertellen over hoe je met een geniale ingeving de hoge piefen van Haagsma Ontbijthoek voor je had gewonnen. Ik sprak je niet tegen. Ik zei niet dat het eigenlijk mijn slogan was geweest. Ik keek naar Saar en zag wat ik echt had verloren.



Wie is Harm de Kleine?

Harm zit in de media. Harm zit in de muziek. Harm houdt van grappige grapjes waar je om kunt lachen. Harm kijkt graag naar de Rijdende Rechter. Harm koopt zelf zijn sjaals, want ook dat is Harm. Harm kon vroeger heel goed voetballen. Harm heeft later een eigen comedyserie op televisie. Harm zal ooit te gast zijn bij De Wereld Draait Door. Want Harm wordt beroemd. Al zal hij dat zelf zo niet zeggen. (JE) Volg Harm op Twitter →
Standard