Bouwmarkt

De droom van Bert Beijsens

I have a dream.’
Het was 51 jaar geleden dat Martin Luther King zijn legendarische quote uitsprak.
Twintig jaar was Bert toen. Kings woorden gingen in no time de wereld over. Anno nu was het citaat nog steeds beroemd. Je hoefde de vier woorden maar uit te spreken en men wist dat je het over de vermoorde dominee had.
Zoals heel veel anderen was Bert Beijsens gefascineerd door de rede van de Amerikaan. De inhoud interesseerde hem niet. Het ging hem om het effect van de oneliner. Wat het deed met zijn lichaam.
Twee maanden eerder had hij ook al zoiets gevoeld. Een kriebel in zijn onderbuik, borrelende belletjes in zijn bloed en prikkend zweet in zijn nek. Vier Duitse woordjes waren de oorzaak:
‘Ich bin ein Berliner’, aldus John F. Kennedy.

Tegelijk met Martin Luther King had ook Bert een droom.
Ooit zou hij een oneliner verzinnen, hem uitspreken of hem opschrijven. Hij zou één minuscuul zinnetje beroemd maken. Hoe, dat wist hij nog niet, maar het zou hem lukken. Dat gevoel van opwinding wilde hij nog veel vaker meemaken. Bovendien vond hij dat meer mensen dat gevoel moesten hebben. Hij zou daarvoor zorgen.

Hij ging politicologie studeren, want hij dacht dat in die branche de beste oneliners voortgebracht werden.
Helaas was de studie veel te hoog gegrepen, dus hij besloot als presentator auditie te doen bij verschillende televisiezenders. Dan zou hij in de spotlights staan en de ene pakkende zin na de andere uit kunnen kramen. De wereld merkte dan vanzelf dat hij superieur was in het maken van kwinkslagen met woorden. Ze zouden aan zijn voeten liggen en hem smeken die fantastische, inspirerende quote nog eens uit te spreken. En nog eens. En nog eens.

Hij deed auditie na auditie, maar het wilde niet vlotten. Toen hij op een middag met een weigerende pinpas bij de kassa van een supermarkt stond, wist hij dat hij een andere baan moest gaan zoeken. Hij had nog net genoeg kleingeld voor de krant van die dag en thuis spitte hij de vacatures door. Een grote winkelketen zocht een reclameman. Hij oefende op zijn verkooppraatjes, solliciteerde en werd prompt aangenomen. Het was 15 augustus 1993.

In 1994 werd ‘zijn’ reclame voor het eerst uitgezonden en die sloeg in als een bom. De gemiddelde Nederlander hoefde de eerste drie woorden van zijn oneliner maar uit te spreken, of hun gesprekspartner vulde de zin aan.
Groot was Berts teleurstelling toen Pim – at your service – Fortuyn zijn slogan naar de achtergrond liet verdwijnen. Een snoeiharde campagne volgde en die blies de quote nieuw leven in.

Bert lag op zijn sterfbed met een grote glimlach. Hij had zijn droom waargemaakt. Nederlanders spraken zijn drie fenomenale woorden regelmatig uit. ‘Dat zeg ik’.
Een paar uur na zijn dood haalde zijn dochter opgelucht adem toen ze een gloednieuwe commercial met een splinternieuwe oneliner op televisie zag. ‘Mooi hè, Gamma’. Ze was blij dat haar vader dit niet meer mee hoefde te maken.

Standaard