HVA schrijfwedstrijd: Beroemd

Meneer Mayfair

Krampachtig trekt hij de zwarte doek wat verder over zijn hoofd.
‘Godverdomme,’ mompelt hij. Dat ze hem op straat fotograferen, daar kan hij zich nog iets bij voorstellen. Maar hij zit thuis, in zijn eigen woonkamer. Hoe durven ze? Met zijn rug tegen de muur laat hij zich naar beneden zakken. De koude betonnen muur koelt zijn rug binnen enkele seconden af. Langzaam laat hij zich naar beneden zakken, tot hij gehurkt tegen de muur aan zit.

Even tilt hij zijn doek omhoog. Hij draait zijn hoofd en tuurt met één oog uit het raam waar hij zojuist naast is gaan zitten. De flitsen verblinden zijn ogen.
‘Zet verdomme die flitsers uit,’ brult hij naar het raam. Hij laat zijn doek weer over zijn gezicht vallen en sluit zijn ogen, maar hij blijft de flitsen zien. Paarse kleuren vormen grote vlekken voor zijn ogen.

Hij laat zich zijwaarts op de grond vallen en kruipt onder het raam door. De badkamer, daar is hij veilig. Daar is geen enkel raam waar die verdomde paparazzi naar binnen kan kijken. Om er te komen moet hij minstens vier meter door de kamer kruipen. En dan zal hij door het raam te zien zijn. Dat moet rare shots opleveren. Minstens zo raar dat zijn dochter morgen weer aan de telefoon hangt met de vraag wat hij nu weer heeft uitgespookt.

‘Hou op, laat me alsjeblieft met rust,’ jammert hij. Als hij had geweten wat beroemdheden moeten doorstaan, had hij het lied nooit ingezongen. Dan had hij op zijn minst het lied aan een andere artiest verkocht. Onder een pseudoniem, zodat niemand wist wie hij was. Hij slaakt een diepe zucht bij die gedachte. Eén singeltje, alles wat nodig was om voor de rest van zijn leven achtervolgd te worden door monsters met camera’s. Want dat waren het, monsters.

De gordijnen. Waarom denkt hij nu pas aan de gordijnen? Hij hoeft maar een klein beetje omhoog te komen om ze in een ruk dicht te doen. Hij laat zijn doek van zijn gezicht zakken en bestudeert de afstand tussen hem en het gordijn. Langzaam komt hij wat omhoog. Dan, net als een pleister die je er in één keer afrukt, maakt hij een sprong richting het gordijn. Een doffe klap volgt. Hij schreeuwt het uit. Langzaam wordt het zwart voor zijn ogen.

‘Ja, het was meneer Mayfair weer,’ zegt Alyssa en ze strijkt haar blouse glad. ‘Hij dacht weer dat er paparazzi voor het raam stond.’ Ze schud langzaam haar hoofd. Haar collega Tara legt een hand op haar schouder. Sinds dag één hadden alle verzorgsters het spelletje met de 72-jarige meneer Mayfair meegespeeld. Maar niemand in het verzorgingstehuis had ooit verwacht dat dit hem fataal zou worden.


Het juryrapport

Lisanne Mathijssen (redactrice bij uitgeverij Prometheus / Bert Bakker) en Peter Zantingh (webjournalist bij NRC en romanschrijver) zeggen het volgende over het verhaal Meneer Mayfair van Simone Timmers:

Goed verhaal, want: Er wordt spanning geschept en de clou komt onverwacht.
Verbeterpunt: De afwikkeling naar de clou komt te snel, wordt meteen ‘verklapt’. Dat kan subtieler en spannender. Het verhaal is humoristisch, maar probeer ook buiten dat genre te schrijven. Bovendien: dt-fout! Titel kan beter.
Mooiste zin(sdeel): “Hij laat zijn doek weer over zijn gezicht vallen en sluit zijn ogen, maar hij blijft de flitsen zien.”

Meer info over deze schrijfwedstrijd? Vind je hier.

Standaard