Zonnepanelen

Voorzichtig genoeg

Gökhan Zuignap is een achterdochtig mens. Als zoon van een Turkse dokter en een Nederlandse bakker heeft hij altijd veel tijd alleen door moeten brengen.
Vroeger, toen hij nog een klein en onschuldig jongetje was, heeft zijn oppas hem altijd voor de televisie gezet, zodat zijzelf urenlang met haar vriendje kon bellen. Om haar schuldgevoelens een beetje te zalven, liet ze hem naar Discovery Channel kijken. Dat was educatief. Elke dag keek hij naar het programma Conspiracy Theories Unraveled. Hij raakte eraan verknocht. Terwijl zijn leeftijdsgenootjes buiten voetbalden of The A-Team naspeelden, zat hij voor de televisie theorieën uit te vogelen. En zo kreeg zijn argwanend karakter vorm.

‘Kom nou gewoon naar beneden, lieverd.’
Gökhan zit op het dak. Zijn vrouw en kind staan beneden op de veranda met glazen aanmaaklimonade klaar.
‘Hier, drink wat. Het is hartstikke warm.’
Hij klimt tot halverwege de ladder naar beneden, die schuin tegen de dakgoot staat.
Het is de laatste tijd erger geworden, zijn argwaan. Hij vertrouwt niks meer. Zelfs de limonade die ze hem toereikt, is volgens hem niet veilig. Hij haalt een wattenstaafje uit zijn felgroene plastic heuptas. Daarin zit een hele voorraad, die hij op internet heeft besteld. Hij haalt ook een flesje tevoorschijn, waar hij het wattenstaafje zorgvuldig indompelt. Dan giet hij een beetje limonade erover. Geen verandering van kleur: niet giftig. Gökhan haalt opgelucht adem en neemt gulzig een aantal slokken. Dan klimt hij het dak weer op.

‘Alsof er iets met je drinken zou kunnen zijn,’ zegt zijn vrouw terwijl ze zich omdraait en de toegangscode van de voordeur intoetst. Hun achtjarige dochter huppelt achter haar aan. Gökhan roept dat je nooit voorzichtig genoeg kan zijn, maar dat horen ze al niet meer.
Hij haalt het dertiende zonnepaneel los en is nu bijna op de helft. Achtentwintig zijn het er in totaal en hij vertrouwt ze geen van allen. Hij controleert ze, maar op wat weet hij niet precies. Draadjes die duiden op afluisterapparatuur, GPS ontvangers misschien. Hij houdt met alles rekening. Boobytraps en kneedbommen, het zou hem niks verbazen. Hij haalt nog een paneel los. En nog een. Niks. Na twee uur lang zoeken, liggen alle panelen los op het dak. En dan, als hij wil beginnen ze terug te monteren, denkt hij iets te zien bewegen. Om het zekere voor het onzekere te nemen, gooit hij alle zonnepanelen van het dak af, kapot. Toen zijn vrouw dat zag, knapte er iets.

In de Spyshop heeft hij zes camera’s gekocht, die hij in en rondom het huis heeft geplaatst. Daarop is niets te zien geweest. Nog niet, in ieder geval. Het is een kwestie van tijd. Om alles via schermen in de gaten te kunnen houden, heeft hij de hele zolder ontruimd. Urenlang kijkt hij naar wat er rond het huis gebeurt, vooral ‘s nachts. Zo ook nu.
Hij kijkt naar het scherm helemaal links van hem, waarop de garage te zien is. Niks. Dan naar het scherm ernaast; de achterdeur. Veilig. Hij kijkt recht voor zich. Het scherm van de voordeur. Er gebeurt wat! Hij gaat op het puntje van zijn stoel zitten. De deur gaat open. Hij ziet iemand, hij ziet zijn vrouw. Hij ziet hoe zijn vrouw achter hun dochtertje de deur uit gaat. Ze heeft een koffer in haar linkerhand. Ze beweegt naar de camera toe en hij leest het briefje dat ze er voor houdt. Hij staat op van zijn bureaustoel, wil naar beneden rennen. Maar ineens valt zijn oog op het rechter scherm. Gebeurde daar nou iets op het dak? Langzaam zakt hij weer in zijn stoel, starend naar de schermen.

Standaard