Verhaal #311 • Afgesproken thema: Zonnepanelen

Prediking

De bel. ‘Schat, doe jij open?’, vraag ik aan mijn man, terwijl ik mijn badjas nog wat strakker om me heen trek en koffie in schenk.

Het is zondagochtend. De kampioentjes liggen in de oven en mijn man is bezig de sinaasappels te persen.
Johan veegt het sap van zijn handen en loopt naar de voordeur. Direct komt hij terug. ‘Jehovagetuigen. Doe jij maar.’
Ik slaak een zucht. Jehova. Op zondag. Hebben die mensen geen rustdag?

Voor de deur staan een man, vrouw en een kind. Ik voel weerzin door mijn lijf borrelen.
Kinderen horen niet het woord van hun God te verkondigen op zondag. Die moeten in bomen klimmen, hutten bouwen, gamen voor mijn part. Maar nee, dit kind moet met paps en mams de deuren langs, om zieltjes te winnen. Arme stakker.

‘Goedemorgen mevrouw’, steekt de man van wal. ‘Wij zijn hier om u te redden.’
‘Te redden? Van wat?’, vraag ik gepikeerd.
‘Van torenhoge energierekeningen’, vult de vrouw aan en het kind steekt zijn handje uit. Hij heeft een boekje vast. Ik pak het niet aan.
‘Hoe bedoelt u dat?’
De man vertelt dat ze gekomen zijn om aan mij en mijn man het goede nieuws te verkondigen.
‘Wat is er fijner dan op zondagochtend goed nieuws krijgen’, fleemt te vrouw.
‘Koffie drinken en de krant lezen’, wil ik bits antwoorden, maar ik houd mijn mond.
‘Roept u uw man er even bij’, zegt de man. ‘Het is goed als hij even komt. Ik neem tenminste aan dat uw man over de financiën gaat.’ Ik zie hoe zijn vrouw stuurs naar hem kijkt.
‘Ik kan dit zelf. Ik ben kostwinner. Mijn man is werkloos.’
Ah, ik word toch bits. En het werkt. In de ogen van de man zie ik de weerzin die ik eerder zelf voelde.
‘Vader? Wat betekent werkloos?’, vraagt het jongetje. Hij krijgt geen antwoord. Ik zie hoe zijn vader naar me kijkt. Maar niet meer in mijn ogen. Ik volg zijn blik en zie dat mijn badjas iets is open gezakt. Snel trek ik hem weer om me heen.

‘Wat bedoelde u met die torenhoge rekeningen?’
De vrouw kijkt me met een lijzige glimlach aan. ‘Wij zijn gezonden om u te redden van torenhoge rekeningen’, wauwelt ze, terwijl ze aan haar lange rok plukt. ‘En u heeft net al bewezen dat u eigenlijk niet zonder ons kunt, door te zeggen dat uw man werkloos is.’
Ik zucht en wip ongeduldig van mijn ene been op mijn andere. Ik ruik de koffie in de keuken. ‘Ik ga dit gesprek beëindigen’, mopper ik. ‘Dit slaat nergens op. Jehova’s die me redden van torenhoge rekeningen. Ik heb wel wat beters te doen!’
Ik wil de deur dichtdoen, maar het joch steekt zijn voet tussen de deur. Brutale schelm.
‘Mevrouw! Wij zijn geen Jehova’s’, vleit de man. ‘Wij komen u slechts het woord van de zon verkondigen. U zou zó veel plezier hebben van zonnepanelen.’
Ik ben te verbijsterd om iets uit te brengen. Het joch heeft zijn voet nog steeds tussen de deur. In mijn woede duw ik er met mijn volle gewicht tegenaan. Snel trekt hij terug en hij begint hard te krijsen. Terwijl ik tevreden constateer dat de deur nu tenminste dicht is, trek ik mijn losgevallen badjas nog eens om me heen.
Zo. Koffie.



Wie is Linda van Doorn?

Linda is redactrice bij Lef Magazine, dramatisch theaterbeest uit 's-Hertogenbosch en specialist ‘lachen om flauwe grappen’ bij Het Schrijversgenootschap. ‘Ik werk met woorden,’ zei ze op haar sollicitatiegesprek en sindsdien moet ze van ons verplicht tijdens elke redactievergadering de superhandige Schrijversgenootschap-overall™ (met zakken voor alle soorten pennen en notitieblokken!) aan. Linda schrijft sinds februari 2014 voor Het Genootschap en haar indrukwekkende digitale fanschare rept al vanaf het begin van “de beste schrijver op de website”. Daar zijn we dus mooi klaar mee. Drama op de redactie. (JE / HdK) Volg Linda op Twitter →
Standard