Verhaal #304 • Afgesproken thema: Poldermodel

Het Gedroogde Land

Vlak na het achtuurjournaal werd ik overvallen door een gevoel van onvoorstelbare heimwee. Ik belde mijn vrouw, maar kreeg haar niet te pakken.
Dan maar een glas whisky aan de bar van het hotel.
‘Het is me wat,’ zei ik daar tegen de man die er zo te zien al een tijdje zat. Hij dronk zonder te genieten, dat zag je meteen. Met elke slok trok zijn mond een beetje. De rimpels in zijn voorhoofd verrieden groot persoonlijk drama. Waarschijnlijk in de orde van een weggelopen vrouw of een overleden kind. Hopeloos vertrokken op zakenreis, want dat was alles wat er nog over was nadat de stofwolken waren opgetrokken: het werk.
‘Tja,’ zei ik in een diepe, alleszeggende zucht en nam een slok.
Het was een vrij waardeloos hotel waarin ik verbleef. Er stonden genoeg sterren op de gevel om de prijs per nacht per kamer te rechtvaardigen, maar dat was dan ook alles. Er was geen enkele poging ondernomen om een beetje sfeer te creëren in de lobby, in de bar en in de kamers. Het hele hotel was een grijs compromis tussen eenvoud en veiligheid. Want stel je voor dat een van de gasten iets als aanstootgevend zou ervaren. Chaos. Paniek. Anarchie.
Afijn, laten we het er op houden dat men niet voor de gezelligheid naar Hotel Het Gedroogde Land in Almere hoefde te komen.
‘Het is waardeloos,’ zei De Man Met Grootse Zorgen naast me.
De barman schonk ‘m nog eens bij.
‘Wat is waardeloos?’ vroeg ik met de hoop op een praatje.
‘Dit hotel. Het is alles wat het niet zou moeten zijn.’
Ik knikte. ‘Behoorlijk waardeloos, inderdaad. Als je het mij zou vragen, hadden ze het brein dat voor dit gedocht verantwoordelijk was ook moeten inpolderen.’
De Man Met Grootse Zorgen stak zijn hand naar me uit en zei: ‘Aangenaam kennis te maken. Mijn naam is Adriaan van den Brand, ontwerper van vele gebouwen, waaronder deze waar wij nu in zitten.’
Dat had ik weer.
Ik schudde de uitgestoken hand en noemde mijn naam.
En we namen allebei een slok van onze drankjes. Als synchroondrinken het ooit tot een olympische sport zou schoppen, dan zouden wij toch wel een serieuze kandidaat voor een gouden medaille zijn.
‘Goh,’ zei ik toen.
‘Ik had dit hotel gemodelleerd naar die motels die je overal langs de snelwegen ziet in Amerika,’ ging het Brein achter hotel Het Gedroogde Land verder. ‘Dat leek me wel te passen in de polder. Niet dus.’
De barman schonk de man bij. Ik hield mijn hand over mijn glas, wetende dat de avond nog vroeg was.
‘En nu?’ vroeg ik. ‘Kan er niks meer aangedaan worden? Een beetje aankleding zou al helpen.’
‘Geen idee,’ antwoordde het Brein met Grootse Zorgen. ‘Zal me ook aan m’n reet roesten. Ik werk al jaren niet meer in die branche. Verrotte wereld is het. Ik heb m’n bedrijf verkocht en hang nu over al en nergens maar wat rond. Ze zoeken het maar uit.’
Mijn broekzak trilde. Ik viste het mobieltje eruit en zag haar naam op het scherm.
‘Succes ermee,’ zei ik tegen het Brein Met Grootse Zorgen en legde tien euro op de bar. Ik liep weg en nam het telefoontje aan.
In de troosteloze lobby van hotel Het Gedroogde Land sprak ik met mijn vrouw. Ik vertelde haar dat ik begreep waarom we een paar dagen geleden deze afspraak hadden gemaakt, maar dat het gewoonweg niet klopte, want man, wat miste ik haar vreselijk en hopelijk was het niet te laat om alsnog het juiste te doen.



Wie is Harm de Kleine?

Harm zit in de media. Harm zit in de muziek. Harm houdt van grappige grapjes waar je om kunt lachen. Harm kijkt graag naar de Rijdende Rechter. Harm koopt zelf zijn sjaals, want ook dat is Harm. Harm kon vroeger heel goed voetballen. Harm heeft later een eigen comedyserie op televisie. Harm zal ooit te gast zijn bij De Wereld Draait Door. Want Harm wordt beroemd. Al zal hij dat zelf zo niet zeggen. (JE) Volg Harm op Twitter →
Standard