Bob Ross

In die tijd

Met haar achter op de fiets rijdt hij moeizaam door Amsterdam. Dat ligt niet zozeer aan haar, maar meer aan zijn topografische onkunde en fijn gevoel voor verdwaling.
‘Weet je zeker dat we goed gaan?’ vraagt ze en om tijd te winnen roept hij eerst ‘wat zeg je?’ en nadat ze de vraag herhaald heeft, antwoordt hij iets bemoedigends.
Maar echt zeker weten doet hij niet.
Is dit niet de straat waarin dat karaoke café staat? The End of zoiets. Het bier was er duur en de liedjes goedkoop.
‘Auw,’ roept ze. ‘Graag iets minder hard over die drempels, pannenkoek. ‘
Hij verontschuldigt zich en slaat rechts af. Dit lijkt inderdaad op de straat die hij vanochtend in Google Streetview heeft bekeken. Langs de McDonalds en dan voor het café met die rood-witte luifel linksaf.
‘We zijn er bijna,’ roept hij naar achteren.
Een taxi scheurt vlak langs hun.
‘Gelukkig!’ roept ze terug. ‘Mijn kont houdt het niet meer.’
Haar arm steviger om hem heen.
‘Nog een minuutje of drie!’ roept hij met een zekerheid over de tijd die nergens op gebaseerd is.
In elk winkelraam ziet hij zichzelf met haar door de stad fietsen. Het is een mooi plaatje, waar hij eerst niet naar durfde te kijken, zo moeilijk vond hij het te geloven dat het echt gebeurde. Hij met dit meisje op zijn fiets door zijn stad.

Onhandig frummelt hij het hangslot door zijn voorwiel en om een hek. Die tip van een stadse fietsenmaker met vieze smeerhanden had hij altijd onthouden: zet je fiets in Amsterdam altijd vast aan iets. Anders tillen ze hem binnen no time zo in een busje en zie je hem nooit meer terug.
Wie ‘ze’ zijn had hij maar niet gevraagd.

Samen lopen ze door het park. Hij heeft vrij genomen deze dag en zo te zien werkt er vandaag, op het horeca personeel na, niemand in Amsterdam.
‘Is dit park nou speciaal gemaakt voor Vondel?’ vraagt ze.
‘Nee joh. De naam was eerst Het Nieuwe Park, ergens rond 1867. Een paar jaar later kwam er een standbeeld van Joost van den Vondel in te staan en toen ging iedereen het Vondelpark noemen.’
‘Aha, ‘ zegt ze. ‘Dat vind ik nou zo leuk aan je. ‘
‘Wat?’
‘Dat je zoveel weet. Je bent een soort levende Wikipedia. Of is dit nou het leeftijdsverschil?’
Hij lacht, zoals hij de hele dag al lacht. ‘Ik doe maar wat, joh. Er zijn genoeg dingen te noemen die ik ook niet snap of weet, hoor.‘
‘Zoals?’
‘Heb je even?’
Ze kijkt op haar pols waar geen horloge om heen zit en zegt: ‘Tijd zat.’
‘Oké, komen ze,’ begint hij. ‘Hoe kunnen sommige mensen in hun eentje zo fietsen dat je er niet langs kunt? Waarom is het Amsterdam en niet Amsteldam? En waarom vind ik het zo jammer dat Bob Ross niet meer op televisie is?’
‘Wie?’
‘Ai. Dat is wel een leeftijdsdingetje, ben ik bang.’
‘Maakt niet uit. Ik check de Wikipedia-pagina wel een keertje,’ zegt ze en hij lacht zoals hij de hele dag al lacht.

Standaard