Tuinieren

Regina’s Outlet

Eigenlijk is hij medewerker van de plantsoendienst in Amsterdam Noord, maar Regina noemt hem Nikos de tuinman. Ze heeft hem ontdekt op het veldje achter de flat. Aan de rand daarvan doet Nikos de bomen en de perken met rozenbottelstruiken. Volgens Regina komt Nikos uit Griekenland en heeft hij een onorthodoxe opvatting van tuinieren. Met korte, krachtige halen trekt hij lange stukken dode klimop van een boom.
Hij gaat zacht uitgedrukt rigoureus te werk en hetzelfde kan gezegd worden van zijn levenskeuzes, vindt ze. Op zeer jonge leeftijd ontvluchtte hij zijn geboorteland, om zo de dienstplicht te ontlopen. Na een lange reis per boot en vier vrachtwagens was Amsterdam zijn eindbestemming. ‘De stad waarvan hij droomde, waar hij een romantisch dichtersbestaan zou leiden, met veel wijn en mooie vrouwen. Dat heeft anders uitgepakt,’ denkt Regina hardop.

Regina heeft haar eigen hondenuitlaatservice: Regina’s Outlet. Erg handig, want dan komt ze lekker vaak bij Nikos in de buurt. Dan haalt ze de honden op en neemt ze mee naar het veldje.
Hem aanspreken heeft ze nog niet gedurfd. Ze is verre van het type dat zomaar op iemand afstapt. Regina komt uit een familie van uitgesproken mensen. Haar zus, bijvoorbeeld, Chantal. ‘De reden dat Vincent van Gogh zijn oor afsneed,’ heeft hun vader ooit over haar gezegd.
Over haar ouders gesproken: Bij hen in de gang hangt een tegeltje met de tekst ‘spreken is zilver, zwijgen is fout.’ Dat geldt niet voor Regina. Ze is het type meisje dat op de lagere school via doorgegeven briefjes haar liefde probeerde te bereiken, maar altijd anoniem. Het meisje dat op de middelbare school haar hart in haar keel voelde bonzen, terwijl haar vriendinnen verhalen vertelde over stiekem zoenen in het fietsenhok. Zij verzon dan altijd haar eigen zoenverhaal, terwijl ze dacht aan alle avonden waarop ze met haar knuffels had geoefend. Later lag ze dan huilend in haar bed.
Op haar zestiende zoende ze voor het eerst. Het moment dat ze zich zo vaak en zo anders had voorgesteld, vond plaats op ponykamp. Ze hadden stiekem gedronken. Thomas, een jongen waar ze helemaal niet verliefd op was, lag half slapend op een bankje. Toen had ze haar beugel uitgedaan en haar tong in zijn mond gestoken. Ze had geen idee of hij het de volgende dag nog wist, er was nooit meer over gesproken.

Regina wordt zo ontzettend blij van Nikos. Elke week als ze thuiskomt nadat ze de honden weer bij hun baasje heeft afgeleverd, past ze liedjes aan, zodat ze over hem en haar gaan. Zingend danst ze dan door de kamer.
‘Nikos, I’ve had… the time of my life! Oh I’ve never felt this way before.’
Een ander is: ‘Wij zijn Nikos en Regina, samen op de Cita.’
Ze weet dat het weinig hout snijdt, maar ze vind het gewoon leuk. En elke vrijdagmiddag, als ze weer een nieuwe tekst heeft gemaakt, verlangt ze naar het hebben van genoeg lef om iets tegen hem te zeggen. Naar een klein beetje van de voor de rest van haar familie zo vanzelfsprekende zelfverzekerdheid.

Iedere vrijdag dat ze Nikos ziet, wordt in haar notitieblok genoteerd. Zorgvuldig beschrijft ze alles wat er gebeurd was. Zijn bezigheden, zijn handelingen. Hoe hij eruit zag, welke honden ze heeft uitgelaten en het liedje dat ze heeft aangepast.
Ze heeft nu al een flink aantal Nikos en Regina-liedjes. Ze fantaseert over hun bruiloft, waar een band dan het hele repertoire zou spelen. Dan zullen ze dansen en op het moment suprême zal hij haar dan optillen, net als in de film.

Op een zekere vrijdagmiddag in april belt Chantal aan. Ze komt helpen met de honden, zoals ze hebben afgesproken. De zussen besluiten eerst een kopje thee te drinken, alvorens ze de teckels van mevrouw Hendrickx gaan halen. Terwijl Regina in de keuken de waterkoker aanzet, ziet Chantal het notitieboekje liggen. Nikos & Regina staat erop. Ze bladert en leest.

Vrijdag 28-3-2014, Nikos is er. Spijkerbroek, donkerblauwe trui en groene bodywarmer. Gras gemaaid. ‘Nikos, the night belongs to lovers. Nikos, the night belongs to us.’

‘Wie is Nikos?’ roept Chantal de keuken in, terwijl ze met haar stoel naar achter wipt.
Ze kijkt naar buiten. Een stevige man aan de rand van het veldje is bezig de rozenbottels te knippen. Chantal doet het raam open, en roept: ‘Hee, Nikos! Ben jij Nikos? Nikos, lekker ding!’
De man schudt zijn hoofd.
‘Hoe laat komt Nikos?’
‘Ik werk hier al jaren, maar ik ken geen Nikos. Sorry.’

Later die dag ligt Regina huilend in haar bed.

Standaard