Tuinieren

Eindstation

Ze wilde niet kijken, maar het lukte haar niet haar ogen er van af te houden. Ze schaamde zich een beetje en voelde zich bezwaard. Het was alsof ze via live stream in iemands slaapkamer keek. De man tegenover haar in de trein zag niets. Hij sliep. Een fles water lag als een baby in de kom van zijn arm.

Het duurde al een tijdje nu, die seinstoring. Kaat had gewoon door zitten lezen, maar toen ze merkte dat ze toch al een aantal minuten stilstonden, had ze opgekeken van haar boek. Ze zuchtte. Haar dag was lang geweest. Vandaag had ze eindelijk haar allerlaatste sessie bij de psychiater gehad. Ze hoefde van hem niet meer terug te komen. De traumatische ervaring op haar vijftiende lag achter haar.
Nu wilde ze genieten van een gloeiendhete douche, een vrije vrijdagavond en een onbezorgd weekend. Compleet met warme broodjes, koffie en jus d’orange als ontbijt.

Ze had de omgeving in zich opgenomen en zag dat ze al bijna bij het eindstation waren. Ze herkende de volkstuintjes die langs dit deel van het spoor lagen. Er zou nog één klein station tussen liggen en dan zou de trein op centraal arriveren.
Toen ze de beweging schuin achter het tuinhuisje zag, had ze eerst niet zo in de gaten wat het was.
Tot ze besefte dat daar een stelletje lag te vrijen, in één van de tuintjes.
Ze kleurde een beetje rood toen ze zich voorstelde dat de jongen aan het meisje had gevraagd of ze mee ging ‘tuinieren’ en dat hij er een dikke, vette, veelbetekenende knipoog aan had toegevoegd. Het meisje zou vast hebben gegiecheld, bij hem achter op de fiets zijn gesprongen en zich vreselijk ondeugend hebben gevoeld.
Kaat probeerde haar aandacht weer op haar boek te richten. ‘Een mooie jonge vrouw’ van Tommy Wieringa. Het Boekenweek geschenk. Ze was niet de enige die met het boek in de trein zat, hoewel de gratis reizen actie al lang was afgelopen. Mooi geschreven was het wel, maar het verhaal kon haar niet zo boeien. Vooral nu niet, nu ze wist dat iets verderop een stelletje seks had. Dat zij dachten dat niemand hen kon zien en dat Kaat het juist wél kon zien vanuit de bovenste verdieping van de dubbeldekstrein. Dat wond zelfs Kaat op. Ze was dus niet helemaal frigide geworden.
Haar ogen dwaalden weer naar het paartje.

Net op dat moment stond de jongen op. De broek trok hij vanaf zijn enkels omhoog en ze kon aan zijn beweging van achteren zien dat hij hem dichtknoopte. Hij keek om zich heen en liep weg. Het meisje bleef liggen. Dat verbaasde Kaat. ‘Waarom blijft…’ Ze verstarde toen ze het bloed zag. Veel bloed, donkerrood. Haar blik werd naar de slordige, kartelige snee in de hals van het meisje getrokken.

De trein zette zich weer in beweging. En de psychiater zou de komende tijd alsnog bakken vol geld verdienen.

Standaard